Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O, ik begrijp wel, dat ge die gedachte op dit oogenblik verre van u werpt, nu de openbare belijdenis, met al wat daaraan voorafgegaan is, nog zoo versch in uw geheugen ligt. De ernst van die laatste weken en dagen werkt nu nog na. Het gebed, dat toen zoo gedurig in uwe ziel oprees, is nog niet ganschelijk verflauwd....

Niet ganschelijk verflauwd.

Maar misschien wel een weinig?

Waarlijk, het is niet zoo'n vreemde zaak dat op een tijd van hoog-geestelijke spanning een tijd van inzinking of verslapping volgt. Op actie volgt gewoonlijk reactie. Dat komt zoo vanzelf wanneer ge niet op krachtsvernieuwing bedacht zijt.

Doch bovendien staat gij zoo gedurig van alle zijden aan allerlei verzoeking bloot.

Ik bedoel niet dezulken die maar oppervlakkig belijdenis deden, bij wie het niet een belijdenis des geloofs was, des oprechten geloofs. Want och, zulken ziet men vaak kort na hunne belijdenis weer het pad der zonde bewandelen en met de wereld meedoen. Of zoo zij niet tot openlijke ergernissen vervallen, dan blijft het bij hen doorgaans bij een vormelijken godsdienst, een valsche gerustheid, waaruit de duivel geen poging doet hen te doen opschrikken.

Neen, ik spreek hier niet van de geveinsden, maar van hen die met het hart bij de zaak waren, en wie het waarlijk een biddende behoefte was om in oprechtheid voor God dat werk te doen. Het goede werk wordt bestreden. De duivel zoekt ook de uitverkorenen te verslinden. En, waar hij dit niet kan, ze in elk geval te ziften als de tarwe.

Hij, de menschenmoorder van den beginne, de vijand uwer zaligheid, heeft ook uw jawoord gehoord, heeft ook

Sluiten