Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UW VADER, DIE IN HET VERBORGEN ZIET.

IX.

„Uw Vader, die in het verborgen ziet."

Zoowel in 't verborgen als in 't openbaar heeft een Christen godzalig te leven.

Allereerst in 't verborgen.

Op het hart komt 't aan. Van het hart zijn de uitgangen des levens. Het is niet genoeg dat wij in 't openbaar ons als Christenen gedragen en den mantel der godzaligheid omhangen: neen, het komt in de eerste plaats op den verborgen mensch des harten aan.

Deze laatste uitdrukking is ontleend aan 1 Petr. 3, waar de Apostel bizonder 't woord richt tot vrouwen, die ongeloovige mannen hebben: „Desgelijks gij vrouwen, zijt uwen eigenen mannen onderdanig, opdat ook, zoo eenigen het Woord ongehoorzaam zijn, zij door den wandel der vrouwen zonder woord mogen gewonnen worden, als zij zullen ingezien hebben uwen kuischen wandel in vreeze. Welker versierselen zijn niet in hetgeen uiterlijk is, bestaande in het vlechten des haars, en omhangen van goud, of van kleederen aan te trekken; maar de verborgen mensch des harten, in het onverderfelijk versiersel van een zachtmoedigen en stillen geest, die kostelijk is voor God. Want alzoo versierden zichzelven eertijds de heilige vrouwen."

Wat hier tot de getrouwde vrouwen gezegd wordt, geldt ook voor onze jongedochters. Niet op de uiterlijke versierselen (pronkerij met haar en goud en mooie — en nog veel minder onwelvoegelijke — kleeren) moeten zij

Sluiten