Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laat ons nooit aanleiding geven, dat de vijanden van het Evangelie ook van ons zouden kunnen zeggen: met die fijnen wordt men altijd bedrogen; zij knijpen de kat in 't donker. Laat ons nooit met een gedaante d.i. met een schijn van godzaligheid tevreden zijn.

Weest ook bedachtzaam als jongelingen en jongedochters in den omgang met elkander, 't Is geen zonde dat gij verkeering hebt in een geordenden weg — maar de zonde ligt hier zeer dicht voor de deur. En daarom hebt gij zoo noodig wakende en biddende te zijn. Gij hebt als Jozef noodig de vreeze Gods in uw hart. Jozef zei niet bij zichzelven: hier ziet niemand ons; hier kunnen wij ongemerkt en ongestraft het vleesch ter wille zijn. Neen, hij zeide bij zichzelven, en hij sprak tot de verleidster: zou ik zoo groot een kwaad doen en zondigen tegen God? Neen, dat mag ik niet, en dat wil ik nietl.... Ook kunnen wij er van verzekerd zijn, dat Jozef gedurig bad: „Heere, behoed mij en sterk mij." En toen de verleidster toch aanhield, ontvlood hij haar. Hij bleef dus overwinnaar in den strijd tegen de zonde, ook in 't verborgen.

Zoo ga het ook u, jeudige broeders en zusters.

Beschaamt toch niet de hope der gemeente van Christus, en maakt nooit haar te schande die uwe moeder is en in welker midden gij u plechtig verbonden hebt om de beleden waarheid, zoowel in 't verborgen als in 't openbaar, met een godzaligen wandel te versieren.

Een groote schare is daarvan getuige geweest.

Maar bovenal was uw God daarvan getuige.

Uw Vader, die in 't verborgen ziet.

Sluiten