Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DOET DAT TOT MIJNE GEDACHTENIS.

X.

„Doet dat tot mijne gedachtenis."

Tot de godzaligheid behoort ook het waarnemen van 's Heeren dienst, met name ook hetHeiligAvondmaal.

Ik schrijf hier een afzonderlijk stukje over omdat het zoo dikwijls wordt nagelaten. Schier geen grooter nalatigheid onder de Christenen dan omtrent het H. Avondmaal. In sommige kerken heeft men de gewoonte om bij de algemeene belofte van godzaligheid nog afzonderlijk te noemen het gebruiken of waarnemen van de inzettingen des Heeren. Of het in zulke kerken met het nalaten beter gesteld is ? In elk geval behoeft zulk een aparte belofte niet gegeven te worden, want in de belofte der godzaligheid ligt alles reeds opgesloten.

En toch, niettegenstaande die belofte, laten velen het na, of houden het zoo vaak als 't hun goeddunkt.

Vreemd, nietwaar? — Kerkgaan — bidden — bijbellezen — kinderdoop — dat alles durft men niet nalaten. Voor allerlei zonden zoekt men zich te wachten, en met een ernstig voornemen legt men zich op allerlei plichten der godzaligheid toe. Waarom? Omdat God het wil. Omdat de Heere Jezus het wil. Maar het Avondmaal laat men na, ofschoon men weet dat het een instelling des Heeren is.

Vraagt men met de belijdenis : is het uw oprechte voornemen om met het volk des Heeren te leven, zijn dag waar te nemen, zijn Woord te onderzoeken, de wereld te verlaten, uwe oude natuur te dooden, naar alle geboden Gods te leven ? — dan zal op al die vragen een

Sluiten