Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lidmaat der gemeente zich aan de kerkelijke vermaning en tucht onderwerpen moet.

Nu, daartoe verbindt ieder zich bij de openbare geloofsbelijdenis.

De gemeente handelt in deze met ons niet als met kinderen, die zonder hun toestemming reeds aan de tucht onderworpen zijn, maar als met volwassene, meerderjarige, mondige leden der gemeente, die zich vrijwillig ook onder dit juk van Christus begeven.

Want ook dit is een juk van Christus. De kerkelijke vermaning en tucht is niet een uitvinding van menschen, maar een instelling des Heeren. Er staat duidelijk in vele plaatsen van Gods Woord, dat wij als leden van Christus' kerk op elkander zullen acht hebben — elkander zullen vermanen — dat kettersche en ongeregelde menschen moeten bestraft worden, en de hardnekkigen buiten de gemeente gesloten.

Er is u dus niet gevraagd: wilt ge u aan deze of die instelling van menschen onderwerpen ? maar: wilt ge u onderwerpen aan de instelling van Christus ?

Doch wat ziet men gedurig ? Daar is een broeder of zuster die zich misgaat. Een ander komt hen daarover vriendelijk toespreken en vermanen. Maar onvriendelijke bejegening is zijn deel. Wat heeft hij of zij daarmee te maken ? Ieder moet maar voor zichzelven toezien. En zoo voort.... De kerkeraad komt, door middel van een of twee broeders, daarvoor gedeputeerd. Ook al weer onvriendelijke bejegening. Anderen doen even slechte, misschien nog wel erger dingen; laten de broeders daarheen gaan. Men schijnt wel altijd de zondebok te wezen. En zoo voort.... De kerkeraad verzoekt een broeder of

Sluiten