Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloofde vrijheid. De gemeente in Leeuwarden verspreidde zich, maar zij stelde haar prediker Jan de Jong in staat in I raneker te studeeren en zoo langs den gewonen weg bij de Hervormde Kerk predikant te worden. Na het jaar 1808 is hij in enkele Friesche kerken predikant geweest.

13. Is er in dezen tijd van verval niet een eigenaardig verschijnsel cp te merken?

Ja. Zeer eigenaardig moet het verschijnsel genoemd worden, dat in 1797 te Rotterdam werd opgericht het Nederlandsch' Zendelingsgenootschap ter voortplanting van het Christendom onder de Heidenen.

Deze vereeniging ging niet uit van de kerken, maar van particulieren. De geneeskundige J. T. v. d. Kemp, toen zendeling van het Londensch genootschap, gaf den stoot tot de oprichting. Eerst wilde men slechts eene hulpvereeniging zijn van het Londensch genootschap. Als helpers werden J. T. v. d. Kemp en J. J. Kicherer, een theologisch student te Utrecht, zendelingen bij dat genootschap. In 1813 trad de vereeniging zelfstandig op. Toen werd J. Kaïn als eerste zendeling naar Amboina gezonden.

Toen de kerken nalatig waren in het betrachten harer ïoeping, traden particulieren op. Sinds de oprichting dezer vereeniging is er op particulier terrein veel voor de Zending in Nederland gedaan. In 1848 werd de vDoopsgezinde Vereeniging" opgericht. In 1854 het „Java-Comité" te Amsterdam. In 1858 vDe Ned. Zend. Vereeniging," te Rotterdam. In 1859 „De Utrechtsche Zmdingsv." In 1859 vDe Nederl. Gereformeerde Zendingsv." Voorts de Ermeloosche Zending" enz. Al deze arbeid ging van vereenigingen uit. Hoe deze arbeid in de Gereformeerde kerken weder in de rechte bedding geleid is, zie daarover Hoofdstuk XI.

2

Sluiten