Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

l)e „Synode vau 1816" en hare gevolgen.

1. Werd de toestand der kerken beter, nadat ons vaderland de vrijheid herkreeg ?

Neen. Wat Lodewijk Napoleon en Napoleon beproefd hadden, n.1. eene nieuwe organisatie in het leven te roepen, werd onder de regeering van Willem I werkelijkheid. De oude Kerkenordening van Dordrecht moest plaats maken voor een nieuw Reglement.

Kort na zijne troonsbestijging toonde Willem I, dat hij zich het lot van de kerken aantrok. De eerste koninklijke verordeningen hielden in, dat de traktementen, onder Napoleon voor een groot deel ingehouden, uitbetaald moesten worden. In Friesland waren onder den druk der omstandigheden sommige predikanten tot den bedelstaf geraakt. In 1814 werd eene commissie benoemd om het hooger onderwijs nader te regelen. In Nov. 1814 werd een departement van Eeredienst opgericht. De zaken, welke de kerk betroffen, werden opgedragen aan den heer Ilepelaer van Driel, met den titel commissaris-generaal. Zijn secretaris' Janssen was echter de ziel van alle gewichtige maatregelen. De kerken bleven intusschen werkeloos. Alleen in Z.-Holland wenschte men saamroeping der Provinciale Synode, doch tevergeefs. De Raad van State adviseerde in het jaar 1814 aan de regeering om eene consuleerende Commissie te benoemen van verlichte leeraars en andere kundige mannen. Dezen moesten den vorst en zijne raadslieden voorlichten omtrent den meest gewensehten kerkvorm. Het nieuwe reglement werd in stilte aan het Departement van Binnenlandsche zaken gereedgemaakt. Toen dit reglement klaargemaakt was, werd aan den koning het plan voorgelegd om eene commissie in het geheim te benoemen. Dit geschiedde 28 Mei 1815. Het ontwerp werd aan elf benoemde predikanten gezonden, onder den titel: v Algemeen reglement voor het Bestuur der Hervormde Kerk van het koninkrijk der Nederlanden." Deze predikanten hadden vrijheid om hunne opmerkingen en aanmerkingen ten beste te geven. Daardoor werden nog enkele wijzigingen van ondergeschikt

Sluiten