Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het eigenlijke Calvinisme yan een Comrie en Holthuis was men vijandig gezind ; maar men durfde ook niet meegaan met een rationalist als J. H. Regenbogen, die het wonder loochende, de zonde onvolkomenheid noemde, de bekeering verbetering, de kerk een verbeterhuis, den doop een formaliteit en Christus een zedeleeraar.

Men wilde het juiste midden bewaren, maar werd zoo door en door oppervlakkig, dat men voor de verdediging der waarheid niets deed.

Toen bijv. W. Hoving, te Groningen, in 1815 uitgaf: „Christendom en Hervorming vergeleken met den Protestantschen kerkstaat in de Nederlandenen daarin durfde schrijven : „blijf weg met uw leer van de Drieëenheid," zwegen allen, en, toen Ds. P. W. Brouwer, te Maassluis, in 1826 zijn „Bijbelleer aangaande den persoon van Christus" in het licht zond, waarin de Godheid van Christus niet naar de H. Schrift werd gehandhaafd, deed niemand hunner van zich hooren.

10. Gingen er dun in 't geheel geen stemmen op voor de oude waarheid ?

Ja. Lukas Fockens, predikant te Sneek, en vooral Nicolaas Schotsman, predikant te Leiden, getuigden met groote vrijmoedigheid voor do oude beproefde paden, die verlaten waren.

Fockens was predikant van 1809- 1854. Schotsman was een eerbiedwaardige figuur. Geboren in 1754 te Purmerend, werd hij eerst tot doctor opgeleid ; maar hij trok, ofschoon reeds gehuwd op 25-jarigen leeftijd naar de Hoogeschool te Leiden, om predikant te worden. In 1787 verkreeg hij zijn wensch. Eerst diende hij te Spanbroek en Opmeer, daarna te Oudshoorn (een liefelijk Elim), toen te Schoonhoven (een weg van donkerheid). Eindelijk werd hij in 1793 te Leiden beroepen ; maar omdat hij niet meejubelen wilde met het lied der Revolutie werd hij uit zijne bediening ontzet. Na 16 maanden gezworven te hebben, vond hij een „Pella" in Sloten. Later werkte hij te Sneek en in 1801 kwam hij, daar de tijden veranderd waren, weder naar Leiden.

Schotsman was een getrouwr en ijverig prediker. Tegenover het ongeloof stond hij pal. Hij vertaalde uit het Duitsch een werkje onder den titel: „De kunstgrepen, waarvim het hedendaagsche ongeloof zich bedient om den gods-

Sluiten