Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoogeschool reeds doen kennen als iemand van beslist rechtzinnige belijdenis. Nadat hij door de kerk van Hattem als tweede predikant beroepen was, maakte hij al spoedig bezwaar tegen het doopen van kinderen van niet-leden. In Juni 1835 richtte Brummelkamp een adres aan de Synode, waarin gevraagd werd, of de Synode wilde verklaren: le. dat de formulieren in alles verbindend waren evenals vroeger; 2e. dat op grond van de bestaande reglementen niets in acht behoefde genomen te worden, wat met de formulieren streed, en 3e. dat alle stellig of ontkennend antigereformeerde predikanten genoodzaakt zouden worden terug te keeren tot de Gereformeerde leer. Hem werd geantwoord, dat de inhoud en vorm van het adres onvoegzaam was en hem werd geraden zich stiptelijk te onderwerpen aan de verordeningen.

Brummelkamp weigerde in zijne gemeente den doop aan twee kinderen van niet-leden, wilde de doopvragen niet doen aan ouders die geen leden waren, en maakte bekend, dat hij geen gezangen meer zou laten zingen.

Al spoedig ontving Brummelkamp eene uitnoodiging om voor het Provinciaal Bestuur te Arnhem te verschijnen. Aan dit verzoek voldeed hij. Op zijne vraag, waarom hij niet eerst voor het Classicaal Bestuur was geroepen kreeg hij ten antwoord, dat dit geschiedde overeenkomstig art. 75 van het reglement van opzicht en tucht. Dit artikel luidt: „Bij het Provinciaal Kerkbestuur zullen onmiddellijk behandeld worden bezwaren, welke ten einde eene afzetting in te roepen tegen Predikanten, Candidaten, Ouderlingen of Diakenen, of door aangifte van een der leden, of door bizondere aanklacht bij hetzelve ingebracht." De bezwaren tegen Brummelkamp waren: het niet gebruiken van de gezangen en de weigering van onderwerping en gehoorzaamheid aan het Kerkbestuur. Brummelkamp verantwoordde zich, maar reeds op 7 October 1835 werd hij afgezet.

Na deze daad van het Provinciaal Bestuur schreet Brummelkamp, dat hij zich afscheidde van het Hervormd Kerkbestuur.

7. Werden nog meerderen uit hun ambt ontzet door het Kerkbestuur.

Ja. Ds. J. van Rhee, van Veen en Ds. G. T. Gezelle Meerburg, van Almkerk werden door het Kerkbestuur afgezet 24 Nov. 1835.

Sluiten