Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door mannen, die wisten, dat tot Yan Yelzen gezegd was op de classis: ik laat mij liever den hals afsnijden, dan dat ik de Dortsche leerregels zou onderteekenen. Toch durfde het Classicaal Bestuur Tan Dokkum Van Yelzen te schorsen, lo om zijne onbewezen (!) beschuldigingen en aantijgingen, 2o om de raadpleging met de gemeente over het gebruik maken van de gezangen, 3o omdat hij Brummelkamp en Yan Raalte voor zich had laten prediken, 4o omdat hij gehoorzaamheid aan de Reglementen weigerde.

Yan Velzen beriep zich op het Provinciaal Kerkbestuur. In zijne gemeente ondervond hij hoe langer zoo meer tegenzin tegen de gezangen, waarom hjj ten laatste zich gedrongen gevoelde om bekend te maken, dat hij geen gezangen meer zou laten zingen. Hiervan gaf hij twee dagen later kennis aan het Prov. Bestuur.

Hem werd geantwoord, dat hij nogmaals voor eene commissie uit het Classicaal Bestuur moest verschijnen. Daar verantwoordde hij. zich, maar zonder gevolg. Hij werd geschorst in zijne bediening. Op 11 Dec. 183o scheidden zich 21 leden af. Van Velzen gaf hiervan kennis aan het Classicaal Bestuur. Dit Bestuur antwoordde, dat het Prov. Bestuur hem afgezet had. Van Velzen gaf hierop geen antwoord meer.

9. Zijn nog anderen dan predikanten bemoeilijkt ?

Ja. A. O van Raalte, zwager van Brummelkamp en Van Velzen, is nooit toegelaten tot de Evangeliebediening in de Herv. kerk, omdat hij gehoorzaamheid aan de Synodale verordeningen weigerde te beloven.

Yan Raalte, tijdens een cholera-epidemie krachtdadig tot God bekeerd, had begeerte om het Evangelie van Christus te prediken. In Mei 1835 legde hij een bevredigend proponents-examen af; maar op de vraag, of hij de Reglementen ook kende, beleed hij zijne onkunde. 1 oen werd hij afgewezen. Van Raalte begon nu die Reglementen te onderzoeken en kwam tot de overtuiging, da zij geheel anti-gereformeerd waren. In Augustus 1835 deed hij opnieuw examen. Toen wilde hij geen gehoorzaamheid aan de Reglementen geloven. Andermaal weigerde men hem toe te laten. Nu ging Van Raalte over tot den gewichtige» stap. Hij schreef (Dec. 1835) aan het Kerkbestuur van Z.-Hollafld, dat hij „alle kerkelijke gemeenschap met hen opzei," en dat hjj „zich voegde bij hen, die begeerden te leven naar de ordinantiën Gods.

Sluiten