Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Later is van Raalte naar Amerika vertrokken, waar hij onder de kolonisten van Michigan gearbeid heeft met bewonderenswaardigen moed eu rusteloozen ijver.

10. Moeten uit dit tijdperk nog meer predikanten genoemd worden, die met de Besturen in strijd kwamen ?

Ja. Behalve R. W, Duin, uit Oost-Friesland, eu T. F. de Haan, moeten vooral genoemd worden: H. J. Budding en L. G. C. Ledeboer, predikant te Biggekerke, in Zeeland en te Benthuizen, in Z.-Holland.

H. J. Budding, uit vermogende ouders te Rhenen geboren, ontving zijne opleiding aan de Hoogeschool te Utrecht. Man des gevoels als hij was, kon hij zich in het onderwijs zijner leeraren niet vinden. Toen hij zijne studiën voltooid had, werd hij beroepen te Bekerke of Biggekerke, als opvolger van Ds. \ an Rliee. Hij weigerde gezangen te laten zingen. Nergens was de tegenzin tegen den zangplicht grooter dan op Walcheren.

Het Classicaal Bestuur onderhield Budding en op diens weigering volgde de schorsing. Budding wilde nog prediken, maar werd door politiedienaren van den preekstoel geweerd. 1 April 1836 scheidde hij zich af bij schriftelijke acte aan het Classicaal Bestuur van Middelburg. Aanstonds zocht hij gemeenschap met Scholte en de zijnen, maar hij brak de gemeenschap met de afgescheidenen spoedig af en nam een afzonderlijk standpunt in. In Zeeland werden nu verschillende Buddingiaansche gemeenten gesticht. Sedert eene reis naar Engeland is Budding zeer afgeweken van de Gereformeerde leer, voornamelijk wat het leerstuk der Drieëenheid aangaat.

11. Wie was de reeds genoemde Ds. Ledeboer?

Ledeboer, te Rotterdam geboren, studeerde te Leiden en werd een zeer ernstig, in menig opzicht buitengewoon prediker, die in gestrengheid jegens zichzelven en anderen uitmuntte eu evenzeer bemind werd door zijne vrienden als gehaat door zijne tegenstanders.

Ledeboer werd uit vermogende ouders geboren. Hij studeerde te Leiden onder opzicht van den hoogleeraar Clarisse, zijns vaders vriend. Beroepen te Benthuizen en aldaar bevestigd 29 Juli 1839 door Ds. P. H. Hugenholtz van Rotterdam, trok hij al spoedig de vromen uit den omtrek. Zijne zelf-

Sluiten