Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de vraag: Wat moeten wij Godgeleerden in de Ned. Hervormde Kerk nu doen ?" antwoordde: „voortgaan ah tot dusver /" ?

4. Legden de „zeven Haagsche hetren" zich bij de beslissing der Synode neer ?

^feen ; in het volgende jaar zonden zij een tweede adres, maar nu aan de Hervormde gemeenten, waarin de gemeenteleden opgewekt werden, om tegen onrechtzinnige leeraars aanklachten in te dienen bij het betrokken Bestuur.

De Synode had dit adres bijna uitgelokt, daar toch alleen aanklachten, langs den reglementairen weg ingediend, door haar behandeld zouden worden. Dit adres wekte in hooge mate het ongenoegen der tegenstanders op. In Groningen nam men het in het openbaar op voor de hoogleeraren. De voornaamste burgers, 335 in getal, gaven een bewijs van vertrouwen in de aangevallen leeraren. Studenten hielden een fakkeloptocht. Yele aanhangers onder de predikanten schreven met of zonder naam boekjes tegen de Haagsche lieeren. Het was een tijd van beroering. I)ii Costa, die het adres aan de Synode niet had willen teekenen, teekende ook het tweede adres aan de gemeente niet. Jn 1843 gaf hij uit een boekje, getiteld : „Rekenschap van gevoelens". Hij was wel tegenstander van de Groninger richting, maar hij wilde vrijheid voor allen. Zijn stelsel was: laat de ziekte maar doorwerken. Wij moeten niet adreaseeren maar Evangeliseren.

5. Hoe tras over H algemeen de geestelijke toestand in het Hervormd Kerkgenootschap ?

Over 't algemeen was de toestand zeer treurig. De Groninger richting won gaandeweg veld en de rechtzinnige leer vond alleen aanhangers onder de hoogere en, in sommige streken des lands, onder de lagere standen. Het optreden der „Christelijke vrienden ' was nog een levensteeken.

„De kerkbesturen, de groote meerderheid der predikanten, nagenoeg de geheele burgerstand, de geleerde en ambtelijke wereld, waren den geest des tijds toegedaan." Door de Afscheiding hadden vele aanhangers der rechtzinnige leer de kerk verlaten. Op het platte land vond men hier en daar nog liefde tót de onvervalschte waarheid in het Herv.

Sluiten