Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Chantepie de la Saussaye, geboren in 1818, kwam in 1836 aan de Academie van Leiden. Hij kon zich niet vereenigen met de richting der Groningers, welke destijds ook te Leiden verdedigers vond. In 1841 werd hij proponent en van 1842—1848 was hij predikant bij de Waalsche gemeente te Leeuwarden. Gedurende die jaren studeerde hij veel. Yooral de geschriften van den beroemde Duitscher Schleierinacher -werden door hem onderzocht. WatSchleiermacher leerde, verwerkte Chantepie de la Saussaye, en, toen hij in 1848 naar de Waalsche gemeente te Leiden ging, waren zijne beginselen reeds aanvankelijk tot rijpheid gekomen.

Chantepie de la Saussaye week in zijne gevoelens zeer af van de Gereformeerde leer. De Heilige schrift was voor hem niet, wat zij voor de Gereformeerden was, de alleen gezaghebbende kenbron der waarheid. De persoon van Christus werd voorgesteld als de volkomen eenheid van God met de menschheid. Na zijne opstanding stroomt het leven uit Christus in de gemeente. Er is dus weder een inwonen Gods, dat echter in deze wereldperiode niet volkomen zal worden.

In dit gansche stelsel wordt de grenslijn uitgewischt tusschen Schepper en het schepsel.

In 1862 werd Chantepie de la Saussaye predikant te Rotterdam en in 1872 professor te Groningen. Zijn beste leerling was Dr. J. H. Gunning. Vele predikanten werden aanhangers dezer ethische leer. Daaruit ontstond verdeeldheid.

3. Vond de moderne richting veel ingang in ons land ?

Ja. Onder leiding van Dr. A. Pierson en Ds. Cd. Busken Huet vond deze richting meer onder de studeerenden dan onder het volk ingang.

De leerlingen van Prof. Scholten verspreidden zich weldra over het gansche land. De meesten durfden met hunne stellingen niet openlijk optreden. Men hield zich in het preeken nog aan de oude vormen, al bedoelde men iets nieuws en iets anders. Toch traden enkelen met open vizier in den strijd. Busken Huet, Waalsch predikant te Haarlem, schreef zijne „jBrieven over den Bijbel", waarin op duidelijke wijze het ongeloof werd geopenbaard. De verschijning van dit boek was oorzaak van veel beroering. Sommigen lieten zich door den ongeloovigen, maar rijk begaafden Huet medesleepen ; anderen traden tegen hem op, en, hoewel de

Sluiten