Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf' eene Theol. School bezat, ging men toch beseffen, flat er eene Universiteit noodig was, om het gansche gebied der wetenschap te beoefenen uit de Gereformeerde beginselen. Voor land en volk is er zooveel aan gelegen, dat wij niet alleen godgeleerden, maar ook rechtsgeleerden en doctoren krijgen, die met de beginselen van het onveranderlijke Woord Gods rekenen.

12. IJverde men ook voor het lager onderwijs?

Ja; vooral na het aannemen van de beruchte wet van 1878, werd er voor het Christelijk onderwijs zeer veel gedaan.

De wet van Kappeyne, 17 Augustus 1878, was zeer nadeelig voor de Christelijke scholen. De eischen werden hoog opgevoerd, zoodat menigeen gevaar zag dreigen. Toen werd, voor een groot deel op aandrang van Dr. Kuyper, het volkspetitionnement aan den koning opgesteld. De l nie, met de collecte van 17 Augustus, ontstond en de offervaardigheid nam steeds toe. Ofschoon het petitionnement de onderteekening van de wet niet kon tegenhouden, was er toch bij de voorstanders van Christelijk onderwijs nieuwe ijver en meerdere liefde voor de School met den Bijbel ontstaan.

Omdat de school, hoewel van de ouders uitgaande, voor de kerk haar vruchten afwerpt, dient ook hier op het lager onderwijs gewezen te worden.

De positie van het Christelijk onderwijs is eenigszins gewijzigd sinds de wet Mackay ook aan bizondere scholen subsidie toekende en is vooral veel verbeterd, sinds onder het Ministerie Kuyper de subsidie aanmerkelijk verhoogd werd.

HOOFDSTUK VIII:

De „doleantie."

1. Betoonde het Synodaal Bestuur zich genegen om aan de begeerte der rechtzinnigen tegemoet te komen ?

Integendeel, men nam besluiten, die lijnrecht tegen Gods Woord indruischten; bijv. het besluit in zake de „aanneming van leden," dat veel beroering' teweeg bracht.

Men was tot nu toe gewoon geweest om bij de „aan-

Sluiten