Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werden 10 deputaten benoemd, om de algemeerie zaken betreffende de Zending te regelen.

5. Welke was de vierde Generale Synode ?

De Synode gehouden te Arnhem in het jaar 1902.

Na de Synode van Groningen bleef de opleidingskwestie weder niet rusten. Nu kwamen er stemmen uit de kerken zelve. De Classis Zutfen vroeg, of de professoren van beide inrichtingen niet over een mogelijken weg van vereeniging konden spreken. Gevolg van een en ander was, dat te Utrecht een aantal broeders samen kwam (professoren van beide inrichtingen, curatoren en directeuren). Op de eerste vergadering scheen men reeds aanstonds een gemeenschappelijk uitgangspunt gevonden te hebben; maar op de tweede vergadering kwamen van de zijde der Vrije Universiteit enkele bezwaren ter tafel. Het eindrapport werd door bijna alle broeders geteekend. De professoren Lindeboom en Noordtzy teekenden niet.

Nu moesten de kerken zich uitspreken over dit voorstel. Er ontstond al spoedig verdeeldheid. Enkele provinciën zooals Zuid-Holland, Noord-Holland, Utrecht verklaarden zich voor, anderen zooals Overijsel, Drente verklaarden zich tegen.

Op de Synode werd lang en breed over deze kwestie gesproken. Een gewijzigd voorstel van de professoren Bayinck—Rutgers e. a. werd na breede discussie aangenomen met 26 tegen 15 stemmen; maar, om geen verdeeldheid te wekken, besloot men dit besluit niet uit te voeren.

Sinds ontstond eene onaangename verdeeldheid. Op vele plaatsen stichtte men vereenigingen tot instandhouding van de Theologische School.

Nog altoos hopen honderden, dat de zaak der opleiding eens tot een goed einde gebracht worde.

6. Welke was de vijfde Generale Synode ?

De Synode gehouden te Utrecht jn het jaar 1905.

Op deze Synode werd de zaak der opleiding niet weder ter tafel gebracht. Een ander onderwerp hield de afgevaardigden bezig. Daar was n. m. in den boezem der kerken Verschil van meéning bntstaan over Supra of infralapsarisme, over de eeuwige rechtvaardigmaking, over onmiddelijke weder•

Sluiten