Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dordrecht vastgehouden Remonstranten geschreven. En Uitenbogaert had geantwoord: „Houdt moed, de goede Vrijdag van het lijden zal voorbij gaan, Paschen zal volgen, Christus zal verrijzen. Zij mogen zijn graf sluiten met een zwaren steen, 't is al vergeefs!"

Inderdaad, wat de denkbeelden der Remonstranten betreft, is het werk der Dordtsche Synode vergeefs geweest. In 't buitenland, met name in Engeland, doch ook in Duitschland en elders hebben zij hun invloed laten gelden. En in ons land hebben zij krachtig er toe meegewerkt, dat Holland zijn naam van „land der vrijheid" — ondanks de houding van Rome en het drijven der Calvinisten — niet geheel en al verloor. Dat wij allen thans op staatkundig gebied als een vanzelf sprekend goed die vrijheid genieten, hebben wij niet het minst te danken aan het strijden en 1 ij den onzer Remonstrantsche vaderen. Welke van beide partijen hier de uiteindelijke overwinning behaalde, de geschiedenis heeft daarop geen onduidelijk antwoord gegeven.

Het vrije geloof der Remonstranten heeft zich staande gehouden, dank zij de kracht der overtuiging, maar dank zij ook de organisatie van het gemeenschappelijk geloofsleven: de Broederschap der Remonstranten. Wanneer zij beloofd hadden, niet meer in 't openbaar te zullen prediken en geen geloofsgemeenschap te vormen, dan zouden de Remonstranten met rust zijn gelaten, dan hadden zij zich alle straffen en nadeel en bespaard. Maar dat konden en wilden zij niet. Hun geweten verbood 't hun, zij behoorden niet tot de „libertijnen". Levend geloof wil zich meedeelen en wil in gemeenschap beleden zijn, kan niet buiten prediking en gemeenschappelijke aanbidding.

Een „secte" waren de Remonstranten niet; een „secte" scheidt zich vrijwillig af. Zij echter voelden zich nog altijd deel van de vaderlandsche kerk, in den strijd tegen Spanje en Rome ontstaan. Daarom noemden zich hunne gemeenten: „Remonstrantsch-Gereformeerd". Daarom ook vermeed men het woord kerk. Men hoopte op „reparatie van grieven" en op terugkeer in de kerk, die hen verstooten had, welke hoop echter met de eeuwen vervloog. „Broederschap" werd de naam der nieuwe geloofs-gemeenschap. De gemeenten werden alle in een kerkelijke organisatie opgenomen, die den eeredienst regelde en voorgangers opleidde. In 1630 werd de eerste Groote Vergadering in het „binnenland" gehouden, in 1633 werd de eerste „Kerken-

Sluiten