Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij weten meer te bezitten: wij stellen niet alleen belang in godsdienstige zaken — neen, wij belijden ons geloof in God.

De tweede vraag zal nu zijn: wat gelooft gij dan van Hem, Dien gij den volstrekten Souverein noemt? Het antwoord zal luiden: dat Hij zich op menigvuldige wijze aan menschen te kennen geeft; dat Hij met deze vele wijzen van gelooven een bepaalde ontwikkeling verwerkelijkt; dat wij allen Hem het best leeren kennen uit het Evangelie van Jezus Christus. Over deze drie punten nu verder het volgende:

God geeft zich op menigvuldige wijze aan menschen te kennen! Eerst zal het wel in den mensch een vaag besef zijn van het heilige. Zoo althans leert het ons zoowel de geschienis van den godsdienst in 't groot, als de ontwikkeling der godsdienstige ervaringen in ieder mensch afzonderlijk in 't klein. Goddelijk is het ongewone, het overgroote, het onnaspeurlijke. Met vrees en verlangen antwoordt de ziel op dit Heilige, dat zich als verschrikkelijk èn weldadig aan haar voordoet. Wij hebben een goed oud woord voor dit aanvankelijk godsdienstig gevoel: schroom. Schroom nu past nergens zoo als voor het Heilige, dat onaantastbaar, verheven, smetteloos zuiver en tegelijk donker-dreigend ons omgeeft en ons leidt. Het is nog zeer onpersoonlijk, dit Heilige. Maar als nu de godsdienstige ervaring zich verdiept en verheldert, vindt zij tal van namen om het wezen van het Heilige beter te omschrijven, scherper te bepalen. De een zal spreken van God den Machtige, getroffen als hij is door den onweerstaanbaren gang des Lots, de majesteit van Gods werken. Een ander zal gewagen bij voorkeur van God als Rechter, omdat hij nergens zoo als uit de tegenstelling van recht en onrecht de zuiverheid van het Heilige kan leeren kennen. Een derde looft den Schepper aller dingen. Menigvuldig zijn de religieuse ervaringen der menschen. Wij beweren niet, dat de eene ervaring de andere uitsluit ; dat de eene beter is dan de andere. Wij luisteren eerbiedig naar de namen, waarmede menschen tot God roepen; wij zien hoe de Gods-voorstelling van het onpersoonlijk-heilige groeit naar eene van den persoonlijken Heiligen God. En wij gelooven, dat het God zelf is, Die zich openbaart met al deze verschillende aangezichten.

Dan dringt gaandeweg ook de denkende geest van den mensch door in de godsdienstige ervaring. Nu v/ordt de wijsheid zelve een kenmerk van God. Het denken vereenigt de verschillende godsdienstige ervaringen. Nu heet God niet meer de Machtige, maar de Almachtige. Hij is niet slechts tegenwoordig op dit altaar, in dien tempel — neen, Hij is Alomtegen-

Sluiten