Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

godsdienstig leven en denken, zal de Broederschap niet een bindende, autoritatieve uitspraak geven over wat het Evangelie van Jezus Christus is. Zij blijft hare leden volkomen vrij laten in alle vragen van gelooven en weten. Zij heeft zich als geloofsgemeenschap onafhankelijk gehouden van de uit den aard der zaak steeds wisselende inzichten en meeningen op wetenschappelijk gebied, al heeft zij steeds ook aan het wetenschappelijk onderzoek volle recht laten wedervaren. Zij heeft ingezien, dat het hart van den geloovigen mensch naar grooter zekerheid vraagt, dan wetenschap of wijsbegeerte hem geven kan. Wetenschap immers voert nooit tot zekerheid, moet altijd rekening houden met de resultaten van nieuwe onderzoekingen en ontdekkingen. Wetenschap onderzoekt; haar resultaten hebben slechts voorloopige geldigheid.

Maar de godsdienstige mensch wil blijvende zekerheid. Hij wil hebben een waarheid, die niet gevaar loopt na korter of langer tijd te worden omvergeworpen. Hij zoekt naar de eeuwige waarden, die hem in tijdelijke vormen worden geboden. Getrouw aan „de practijk der vroomheid" van de nationaalgereformeerden, waaruit de Remonstranten zijn voortgekomen, legt ook thans nog de Broederschap den vollen nadruk op het geloof in God, den Heilige, onzen Redder en Verlosser, tot Wien wij naderen in diepen schroom en in groot vertrouwen. Maar evenzeer getrouw aan die practijk der vroomheid blijft de Broederschap als christelijke geloofsgemeenschap dit geloof in den heiligen, barmhartigen God grondvesten op de openbaring Gods in Jezus Christus en zijn Evangelie, wetende dat wij God enkel kunnen liefhebben omdat Hij ons het eerst heeft liefgehad — want God is Liefde. Hiermede wordt het kern- en kiempunt bereikt van de christelijke geloofservaring; dit is de Blijde Boodschap, door God in Jezus Christus aan de wereld gebracht. Zoo krijgt het geloof in God zijn zeer byzonder accent ii) het Evangelie der goddelijke Liefde en in de heilige gestalte van Jezus Christus, „het uitgedrukte beeld des Vaders, onzen leidsman en voleinder des geloofs." *)

* , *

*

Op welke wijze kan men nu spreken van Jezus Christus als het uitgedrukte beeld des Vaders? Het antwoord op deze vraag kan niet zoo maar zonder meer gegeven worden, afhankelijk als het is van ieders persoonlijke wijze van naderen tot het Evangelie. Steeds ligt achter de vraag: „wat denkt gij over Jezus Christus" de vraag: „hoe denkt gij over den bijbel". Toen dan

1) HebrT 1:3; 12:2.

Sluiten