Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog een anderen kant — het is ons vierde punt — dien wij ten slotte ook nog met een enkel woord willen omschrijven, te weten: het humanisme. Er is dikwijls op gewezen, dat de mannen, die in de 17de eeuw voor ruimer beginselen opkwamen, beïnvloed waren door die geestesstrooming, die men humanisme noemt. Eenvoudige bijbelsche vroomheid, geleid door een beschaafden geest, dat was — zeer verkort gezegd — de leuze waarvoor, althans in Nederland, dat humanisme streed. De studie van de Grieksch-romeinsche oudheid zou den geest vormen en beschaven. Het christendom zou meer den nadruk leggen op de praktische vroomheid. Ten deele vond deze vroomheid haar oorsprong in godsdienstige stroomingen van voor den Hervormingstijd. Ten deele mag men dit afleiden uit den invloed van Erasmus. x) Het humanisme in zijn geheel gezien zocht den mensch, de aarde, de goederen der cultuur. Een inslag van dezen humanistischen geest werkt onmiskenbaar door in het remonstrantisme.

Zoo voelden het ook de tegenstanders wel. En inderdaad, niemand zal voor de vrijheid strijden, die niet ook in den mensch gelooft. Niemand zal een echt humanist zijn, die den mensch niet vrij wil maken.

Het zal evenwel goed zijn, hier op te merken, dat de onuitputtelijke rijkdom van Gods openbaringen (en niet de rechten der menschelijke persoonlijkheid) de godsdienstige grond is van ons vrijheidsbeginsel. Wij weten ons vrij, omdat God onze B e v r ijd e r is.

Ook deze humanistische inslag in het weefsel onzer Broederschap is gebleven. De moderne beschaving wil zij in haar volle breedte en diepte pogen op te nemen en te verstaan. Zij zal trachten het onchristelijke uit te schiften. Maar zij zal dankbaar erkennen, dat, wat er goeds schuilt in deze tijdelijke wereld, gave Gods is, waarvoor wij Hem te danken hebben; e n taak is, van Gods wege opgelegd, waaraan wij hebben te werken.

Wij willen het verband levend houden met de kunst in ons godsdienstig leven: immers óók de schoonheid kan een weg tot God zijn. Wij bestudeeren gaarne de vondsten der wetenschap en de gezichtspunten der wijsbegeerte: immers ook de lamp der wijsheid is ontstoken aan het groote Licht van den goddelijken Geest. Wij willen leven in de maatschappij, op deze aarde, omdat zij is werktuig in Gods hand tot volvoering van Zijn heilsplan. Zoo komt in ons kerkelijk leven, in onze geloofsprediking,

1) Men vergelijke hiermee nog eens de inleiding van dit boekje.

Sluiten