Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staan in den weg. Daarnaast het historisch besef, het besef van afkomst, waarvan de beteekenis en kracht door den eng-kerkelyken mensch vaak wordt overschat, door den buitenstaander meestal onderschat. Wij durven zeggen, dat geen kerk de splitsing van geestverwanten meer betreurt dan onze Broederschap. Gelukkig is in 1923, vooral op aandrang van onzen helaas overleden Roessingh *), de „Centrale Commissie voor het Vrijzinnig Protestantisme" opgericht, waarin alle vrijzinnige groepen, ook onze jeugd-organisaties, vertegenwoordigd zijn en die behoedzaam en diligent de onderlinge verstandhouding en samenwerking tracht te bevorderen. 2)

Wat ons voorloopig en waarschijnlijk nog in lengte van jaren te doen zal staan is: eenerzijds het werk dezer Centrale Commissie zooveel mogelijk bevorderen, maar tegelijk onze Remonstrantsche Broederschap, wier rol nog niet is uitgespeeld, in staat te stellen haar volle krachten te ontplooien, opdat zij een sterke bondgenoot blijve in den gemeenschappelijken strijd. En juist in onze dagen ontwikkelt de Broederschap meer kracht dan in langen tijd het geval is geweest.

Dit vindt zijn oorzaak niet alleen in de overal waarneembare rijzing van godsdienstig leven, maar ook en vooral in het sterkere gemeenschapsgevoel, dat — dank zij vooral de werkzaamheid van het Remonstrantsch predikanten-convent — is gegroeid tusschen de voorgangers en daardoor ook tusschen de gemeenten. Van dit sterkere gemeenschapsgevoel is onze j aarlij ksche „Broederschapsdag" één der uitingen.

Dat ons kerkgenootschap nog altijd betrekkelijk klein is, heeft ook haar goede zijde. Zij is geen log, onhanteerbaar lichaam, maar kan zich — gelijk zij telkens toont — lenig aanpassen aan veranderde eischen van nieuwe tijden. De leden onzer gemeente, de leerlingen onzer catechisatie gaan niet verloren in de massa, zij worden opgemerkt, zij komen tot hun recht en op elk hunner wordt gerekend. Dit zal wel een der voornaamste oorzaken zijn, dat de invloed onzer Broederschap grooter is dan het getal harer leden zou doen vermoeden.

Er is de laatste jaren in ons kerkgenootschap te merken verruimde belangstelling (o.a. in het maatschappelijk leven) en verhoogde gemeente-activiteit, aan den dag komend in tal van gemeentebladen, gemeente-avonden ter behandeling van actu-

1) Van 1914—'16 Remonstrantsch predikant te Doesburg en Boskoop; van 1916—'25 hoogleeraar te Leiden.

2 Het adres der Centrale Commissie is Mej. Dr. N. A. Brmning (secretaresse), Kanaalweg 20, Scheveningen.

Sluiten