Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na 1122 krijgt Holland van lieverlede de hegenomie: Holland lag gunstiger, het gebied was niet zoo verspreid, het had een dynastie. De graventijd van de verschillende stamhuizen is een strijd om de overmacht, die ten slotte uitloopt op den eenheidsstaat tijdens het Bourgondische Huis met Filips den Goede.

De moderne eenheidsstaat krijgt een staand leger, deRomeinsche rechtspraak en een verbeterd finantiëel beheer. Drie kenmerken van de staten, die bij den aanvang der Nieuwe Geschiedenis ontstaan uit de Leenstaten, die aan het einde der middeleeuwen verdwijnen.

De burgers, die in de steden woonden reeds vóór de kruistochten, werden beschermd door de Utrechtsche bisschoppen, omdat deze niet zooveel oorlogen hadden te voeren als de wereldlijke vorsten.

Politieken invloed kregen de steden eerst veel later. De burgerstand verkreeg dien door strijd. Dit kon moeilijk anders. Immers de adel met de geestelijkheid had alle macht, en wilde maar niet zoo goedschiks een deel dier macht afstaan.

Dit kostte strijd. Toch mag geconstateerd, dat deze strijd hier te lande lang zoo hevig met uitbarstte als in andere landen, b.v. Frankrijk.

Aanvankelijk was de verhouding tusschen den adel en de landsheeren best, doch dit werd er minder op, toen de adel de toenemende macht van zijns gelijken — want ook de landsheeren behoorden tot den adel — waarnam. Jaloezie pn zucht tot zelfbehoud deed den adel strijden tegen den vorst.

Deze zocht in den strijd steun bij den opkomenden burgerstand in de steden.

Zoo kwam er dus eene botsing tusschen het oude element (adel) en het nieuwe element (burgerstand) der middeleeuwsche maatschappij.

Dat deze strijd hier niet zóó hevig werd als b.v. in Frankrijk,, kwam, doordat ook de adel zelf behoefte had aan den steun der steden en dien ook dikwerf tegen het afstaan van rechten verkreeg.

Van lieverlede kwamen de steden tot politieke ontwikkeling. Zij verkregen allerlei voorrechten van de landheeren tegen betaling van geld, waaraan de vorsten groote behoefte hadden met het oog op de oorlogen, welke ze voerden.

De rechten, welke de burgerstand verwierf, waren: eigen rechten (dus aan het baljuwschap onttrokken), het „jus de non evocando" (nimmer voor een vreemde rechtbank!), het heffen van belastingen van de burgers, het recht van den vind (korenmolens bouwen), het recht van de Gruit (bierbrouwen), het recht van de maat en van de waag (al het gekochte te mogen meten en te wegen), het recht van de markt (om marktgelden te mogen heffen).

In Friesland kwamen de steden veel later tot invloed dan elders, n.l. eerst na de reformatie.

Over het algemeen kan men den politieken invloed van den

Sluiten