Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe komt het dat Engeland na Elizabeth geen hulp meer verleent? Welke persoonlijke gevolgen had de dood van Anjou voor Prins Willem'? (Balthazar Gerards).

Welke voorwaarden bedong Elisabeth, vóór ze hulp verleende?

Welk verband is er tusschen het zenden van Levcester en de onoverwinnelijke vloot?

Hoe konden Maurits en Oldenbarneveld één zijn in het weerstaan van Leycester? Wie werden in Frankrijk door Filips II gesteund en hoe kon dat gunstig voor ons werken?

XXIII. De tien jaren (1588—1598).

De hoogleeraar Fruin (gestorven 1899) heeft dit tijdperk om zijn groote beteekenis „De Tien jaren" genoemd.

Bij hem heet het: „In geen 20 jaar had de kans zoo dreigend gestaan. Minachting voor de regeering bij het volk, tweedracht der regenten onderling, verwarring en uitputting der financiën, muiterij onder het krijgsvolk, volslagen gemis aan beproefde veldheeren: zoo was de toestand der Republiek bij het begin van 1588. En 10 jaren later? Hoe is alles veranderd. De noordelijke gewesten, de roemrijke zeven, zijn voorgoed bevrijd, voorspoedig ter land en ter zee: de regeering is eensgezind en door het volk geëerbiedigd; het leger volgzaam en uitmuntend aangevoerd; de schatkist voortdurend gevuld door gewillioopgebrachte belasting."

Dien ommekeer hebben we te danken aan Maurits, Oldenbarneveld en Willem Lodewijk.

1. De Armada (onoverwinnelijke vloot).

a. Uitrusting. Na de verovering van Portugal 1580 al begonnen.

b. Doel. Verovering van Engeland. Nederland volgde dan vanzelf.

Uitroeiing der ketters.

c. Vernietigd. Gods adem heeft ze verstrooid.

2. Maurits, Willem Lodewijk, Oldenbarneveld.

«. Maurits grooter als krijgs- dan als staatsman. Met Willem Lodewijk hervormt hij het leger. De inneming van Breda opent de rij der overwinningen, waardoor de 7 gewesten van den vijand worden verlost. Hachelijke toestand bij en na het vertrek van Leycester. Binnen enkele jaren geheel veranderd. Reeds in 1596 werd de Republiek als bondgenoot door Frankrijk en Engeland gezocht en als vrije en zelfstandige staat erkend.

b. Willem Lodewijk, stadhouder van Friesland, na 1594, ook van Groningen en Drente, beslist voorstander der Gereformeerde religie, verdrijft de Roomschen uit Groningen en Drente. Met raad en daad stond hij Maurits bij, die zonder hem zeker niet zooveel had kunnen doen.

c. Oldenbarneveld, een groot staatsman en financier. Door zijn beleid de geldmiddelen geregeld, het leger op tijd betaald: daardoor kon de strenge tucht gehandhaafd worden en hielden

Sluiten