Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Lodewijk XIV in Frankrijk. Hij bekleedde met Willem I, den Vader des Vaderlands, den eersten rang onder de Oranjevorsten.

Willem III behoort niet aan een enkel volk: voor Nederland en Engeland opent hij een nieuw tijdperk van ontwikkeling. Onder hem wordt in onze Republiek het stadhouderschap erfelijk in de mannelijke linie, waardoor aan de staatsgezinde partij het recht wordt ontnomen, om de aanhangers van het Oranjehuis te beschuldigen van verzet tegen de wettige orde van zaken, als zij de verheffing van een Oranje vragen. Voor Engeland vangt bij Willem III de Constitutioneele Staat aan in plaats van de willekeurige Monarchie. In de nieuwe geschiedenis kan alleen Napoleon I met hem wedijveren ; maar welke een verschil tusschen die twee groote manrten! Napoleons revolutionair juk is drukkend, Willem III daarentegen stijgt aldoor, hoe meer zijn beginselen veld winnen.

Ofschoon omgeven van verraad en verraders, houdt hij zich niet alleen staande op de Engelsche troon, terwijl een Napoleon valt, maar vermeerdert zijn persoonlijk gewicht, als loon van vertrouwen, dat hij inboezemde.

De naam van Willem III is voor altijd verbonden aan de godsdienstige vrijheid van geheel Europa.

Niet voor de grootheid van zijn persoon heeft hij geijverd en Nederlands schatten gebruikt, maar wel voor de handhaving en de zegepraal van die beginselen, die de Republiek hadden gegrondvest, die haar het recht van bestaan onder de volken van Europa verzekerden en de voorwaarden van haar inwendigen bloei en uitwendige grootheid waren.

Welke die beginselen waren? De echte Calvinistische die Willem III dierbaar waren, en waarnaar zijn geloof des harten zich in daden openbaarde.

Zeer sterk was de partij, die Oranje haatte, de Regentenpartij, ontwikkeld in 1672, na stadhouderlooze tijdperk van 1650 en de machtsontwikkeling van Jan de Witt, den tegenstander van Oranje. De Regentenmacht had Willem III wel kunnen verbreken, waartoe hij van meer dan ééne zijde aangespoord werd, — doch hij deed het niet, en waarom niet? Omdat hij grooter belangen op het oog had, waarvoor hij Staatsgezinden en Prinsgezinden beide noodig had. Had hij de Regentenpartij willen uitroeien, verschrikkelijken strijd en verdeeldheid had dit veroorzaakt.

De benauwdheid, waarin God ons vaderland bracht in het rampjaar — toen vier vijanden tegelijk (Frankrijk, Engeland, Munster en Keulen) ons aanvielen — had de verheffing van Willem III "ten gevolge. Aldoor was hij tegengewerkt door de partij van Jan de Witt, doch ten slotte kon zij zijne verheffing niet langer tegenhouden. Wat een moed en bezieling voer nu weer in ons volk! Geloofskracht openbaarde zich allereerst in

Sluiten