Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekomen van volkssouvereiniteit tot een eenhoofdig bewind.

De raadspensionaris meende het goed en trachtte veel voor ons land te doen. De belastingen op eenparigen voet geheven. Wet op 't lager onderwijs.

b' i?.0®: Voor den keizer was het bestuur nog te republikeinsch. Hi] liet ons daarom verzoeken om zijn broeder Lodewijk tot Koning uit te roepen. Bij zijne komst 't volk stil en voor 4 dukaten de persoon was er van de 800 turfdragers niet één, die de paarden wilde uitspannen, om den wagen, waarop de koning reed, te trekken. Lodewijk deed, wat hij kon doen voor ons land, maar zijne goede bedoelingen werden door Napoleon verijdeld. Door rampen, overstroomingen, 't kruitschip te Leiden werd ons land geteisterd. De koning was verkwistend. Het continentaalstelsel gaf ons land den genadeslag. Daarbij kwam de inval der Engelschen in 1809. c. 1810. Dit deed Napoleon besluiten tot inlijving. Lodewijk deed afstand ten behoeve van zijn zoon (Napoleon III). Hierop sloeg de keizer geen acht. Met één pennestreek werd onze nationaliteit vernietigd. Nu kwam er eerst recht een tijd van lijden (conscriptie, tierceering).

Met een deel van N. W. Duitschland vormden wij 10 departementen, die 31 afgevaardigden zonden naar het Wetgevend Lichaam te Parijs. Wij zouden geheel Fransch worden. Taal. — Bij Napoleons bezoek aan ons land verklaarde hij Amsterdam tot 3e hoofdstad des rijks (Rome was de 2de). Ontvolking der steden, verarming der bewoners. Hier en daar bloeide de nijverheid, suiker en cichorei. Met de nederlaag van Napoleon in Rusland, 1813, begon de hoop op bevrijding te herleven.

Vraag 1. Waarin kwamen de Constituties overeen en waarin verschilden ze?

i. Hoe was het kiesrecht geregeld?

3. Aan welke oorlogen moesten wij deelnemen?

4. Hoe ging het met onze koloniën?

5. Wat werd er van onze vloot?

6. In welk opzicht is de Revolutie voor ons land goed geweest?

XLVIII. Het Koninkrijk der Nederlanden.

Koning Willem I. 1813—1840. (A).

De Fransche tijd eindigde in 1813. Alles kwam er op aan te voorkomen, dat wij als veroverd land zouden worden beschouwd De Bondgenooten moesten hier een nationale regeering vinden," en daarom ging het driemanschap Gijsbert Karei van Hogendorp, Van Limburg Stirum en Van der Duyn van Maasdam tot een stouten stap over. Het machtigde Van Limburg Stirum op te treden als voorloopig gouverneur van Den Haag en daar uit naam van den Prins de orde en rust te handhaven. Van Hogendorp en Van der Duyn aanvaarden het algemeen bestuur "des lands tot de komst van den Prins. Van Limburg Stirum en de

Sluiten