Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Gods Woord te bespreken. Uit deze gezelschappen gingen weer de meest kundigen als oefenaars uit, om ook op andere plaatsen de geestelijke opwekking aan te moedigen, b.v. in Leiden de fabrikant J. Le Tibure; door Friesland reisde de bakker van St. Jansga, te Axel Jan Willem Vijgeboom, die in 1823 reeds met zijn vrienden als herstelde Kerk van Christus tot de Dordtsche kerkenorde terugkeerde — een „afgescheiden" kerk dus reeds lang vóór 1834. Ook in de groote steden hielden de vrienden onder leiding van geleerde Christenen hun samenkomsten, „godsdienstige avonden" geheeten. Mannen als Da Costa, Chevallier, Kohlbrug^e e.a. gingen daar voor en gaven leiding aan de beweging der geesten. Vooral bekend is geworden de samenkomst der christelijke vrienden te Amsterdam bij de familie Pierson (ouders van onzen vroegeren minister Pierson enz.) in 1845, zonder plan, doch met gebed aangevangen. Eerst waren er 30, later 200 vrienden samen, o.a. Scholte, v. Raalte, Brummelkamp,' Beers, Da Costa, Capadose, Groen, Elout, Mackay. Da Costa bestreed als een profeet den eeuwgeest, Heldring zocht het verlorene (denk aan de Heldrings gestichten); Groen kwam op voor Staat en Historie; De Liefde, man uit het volk, riep het volk tot boete en bekeering. Uit deze samenkomsten kwam voort:

1. De Christ. School, Christ. Bewaarschool en Doorgangshuizen;

2. de Christ. Jong. Vereeniging; 3. de Evangelisatie-arbeid; 4. de Zettensche gestichten; 5. Tehuizen voor militairen; 6. Gesticht te Hoenderloo; 7. Chistelijke lectuur en litteratuur; 8. Zending en Zendingsfeesten.

XLIX. Het Reveil. (B.)

Het Reveil en de Kerk.

De mannen van het Reveil meenden, dat de wederkomst van den Christus niet lang meer op zich zou laten wachten, vandaar dat zij met de kerk zich schier niet inlieten, denkende, dat het de moeite niet meer waard was hare zaak ter hand te nemen, met het oog op den korten duur der wereld. Zij waren dus niet te Darbistisch op kerkelijk gebied, want de Darbisten gelooven, dat God de Heere de Christelijke kerk vanwege haren afval reeds in de eerste periode van haar bestaan heeft doen ophouden, zoodat er sedert eeuwen reeds geen kerk meer is. Zoo dachten de mannen van 't Reveil er niet over. Het duurde echter niet lang, of de zaak der kerk kwam ook ter sprake in den Christelijken vriendenkring. Op 27 Mei 1864 werd de 300-jarige sterfdag van Calvijn te Genève herdacht.

Groen van Prinsterer werd daar ook uitgenoodigd, doch hij werd verhinderd er heen te gaan en schreef een open brief, getiteld: „Holland en de invloed van Calvijn". Het beginsel onzer kracht ligt in onzen oorsprong, zei Groen. Wij zijn voortgekomen

Sluiten