Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit het Qenève van Calvijn; onze Staat is uit de Hervorming geboren. De eenige reden van bestaan van onzen Staat is de Godsdienst. Onder de Christelijke vrienden was veel verschil van inzicht over de kerk.

Inmiddels was de Scheiding van 1834 ook reeds uitgebroken, zoodat de gedachten nog meer verdeeld waren. Dr. Chantepie de la Saussaye was ethisch-irenisch; Ds. J. de Liefde, de welbekende en geliefde schrijver, meer radicaal met het oog op de Kerk; Groen verdedigde „Het recht der Hervormde gezindheid". Brummelkamp en Van Velzen waren mannen der Scheiding; de laatste schreef zijn Apologie der Kerkelijke Afscheiding in Nederland. Hövéker en Wormser werden Afgescheiden, maar ziende de verdeeldheid bij de Afgescheidenen, keerden zij weder tot de Hervormde Kerk terug.

Men kon het niet eens worden omtrent de Kerk en ten slotte werd in de laatst gehouden vergadering der Christelijke vrienden te Amsterdam, 25 October 1854, de strijd zoo hevig, dat de vrienden uiteen gingen. In die vergadering verdedigden o.a. Chantepie en Heldring (de vader der Heldringsgestichten) het blijven in de Hervormde Kerk, terwijl Ds. De Liefde vooral tegen de verdedigde Stellingen protesteerde. Tegenwoordig, zei hij o.a., moet met het oog op de Kerk niet zoo zeer tot zachtmoedigheid, maar meer tot stoutmoedigheid worden aangemaand. De Voorzitter, Groen van Prinsterer, achtte deze wijze van optreden van Ds. De Liefde niet gepast. Nu gaf, nadat Chantepie met verlating der vergadering had gedreigd, de Vriendenkring zijn votum van afkeuring aan Ds. De Liefde op zeer scherpe wijze. Deze nu was genoodzaakt heen te gaan. Alleen de heer Juliën Wolbers (de wegbereider voor Patrimonium) vroeg aanteekening in de notulen van zijn protest tegen 't votum van afkeuring. De Christelijke Vriendenkring ging hiermede uit elkaar.

Chantepie's richting heeft zich voortgezet in de ethisch-irenischen in de Ned. Herv. Kerk van heden. De Scheiding is ook vrucht van het Reveil. Groens kerkelijke begrippen, verduidelijkt in lateren tijd, inzonderheid door de studie van de Gereformeerde beginselen door Dr. A. Kuyper en van het kerkrecht door Dr. F. L. Rutgers, hebben geleid tot de Doleantie van 1886. Ook heel onze actie op staatkundig en maatschappelijk terrein, de antirev. kiesvereenigingen en Patrimonium, zijn voortgekomen uit het Reveil in zijn Calvinistischen tak. (De andere tak is de ethisch-irenische).

De Christelijke Jongelingsvereeniging is ook eene schoone vrucht van het Reveil, voor een halve eeuw ontstaan te Amsterdam, voor wat ons land aangaat. Deze Vereeniging gaat weer in tweeën uiteen: het Nederl. Jongelingsverbond en de Nederl. Bond van Jongel. Vereen, op Geref. grondslag. Deze tweeërlei

Sluiten