Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan de Koning zelf gaat beperken. Maar bij een Grondwet of Constitutie heeft overleg plaats tusschen Koning en Volk, en worden over en weer de rechten en plichten omschreven.

Van 1813 tot heden bestaat er eene bijzondere voorliefde voor grondwetten (constituties). Men verwacht daarvan alle heil en zoo het niet goed gaat, dan ligt het öf aan de grondwet, öf aan de toepassing harer voorschriften.

De grondwet van 1814 bevatte o.a. deze bepalingen:

a. De waardigheid van souverein vorst is erfelijk in het huis van Oranje (mannelijke en vrouwelijke linie).

b. De Godsdienst van den vorst moet zijn de Hervormde.

c. De Staten-Generaal bestaan uit ééne Kamer van 55 leden, gekozen door de Provinciale Staten.

d. Een Raad van State (raadgevend).

e. De Prov. Staten worden gekozen door de Ridderschap en 't bestuur der steden. Een gouverneur staat aan 't hoofd van eene provincie.

Deze wet werd in 1815 om de vereeniging met België gewijzigd. Hierin kwam voor:

a. Aan het hoofd der regeering staat een koning.

b. De koning behoeft den Herv. godsdienst niet te belijden.

c. De Staten-Generaal bestaan uit twee Kamers, Eerste Kamer 40 tot 60 leden, benoemd door den koning, Tweede Kamer 110 leden, gekozen door de Prov. Staten van de Noordelijke en de Zuidelijke gewesten, ieder de helft.

d. de gemeentebesturen te platte lande worden gekozen door de Prov. Staten.

Bij de herziening betroffen de wijzigingen:

a. Bepalingen over 't aantal provinciën, plaats van inhuldiging zetel der regeering, het aantal leden der Kamer.

b. Regeling van het stemrecht door de wet.

c. Beschikking bij de wet over het batig slot der Indische begrooting.

d. Verantwoordelijkheid der ministers en het contra-seign (medeonderteekening van elke wet of Kon. besluit door den betrokken minister).

Ook dit was voor velen onvoldoende. Vandaar in 1844 een voorstel tot wijziging door 9 Kamerleden, van wie Thorbecke de voornaamste was. Het voorstel vond tegenstand bij de Regeering en van slechts weinige leden der Kamer steun.

In den nood der tijden, duurte der levensmiddelen, druk der belastingen, werd de aandrang tot wijziging steeds sterker.

In Februari 1848 brak te Parijs een oproer uit. Onder de oude leus: Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap werd er de Republiek uitgeroepen en koning Lodewijk Filips verjaagd. Dit was het sein tot oproerige bewegingen in bijna alle landen van Europa. Nu gaf koning Willem II, buiten de ministers om, toezegging tot Grond-

Sluiten