Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zuid-Afrikaansche Vereeniging van het Christelijk-Nationaal Boerencomité, enz.

Breng het Vredescongres te Den Haag in Mei 1899 gehouden in verband met de noodlottigen oorlog in Zuid-Afrika.

Bidstonden en collecten in dezen strijd.

Wat heeft Nederland tijdens den oorlog voor de Boerenrepublieken gedaan?

Welke roeping heeft het Nederlandsche volk nog ten opzichte van Zuid-Afrika ?

LVI. Groot-Nederland.

Onder deze naam verstaan we de ruim twaalf millioen Nederlandsch-sprekende menschen in verschillende oorden der wereld: Nederland, België, N.-Frankrijk, O.-Indië, Amerika, Z.-Afrika, Ceylon.

Nu bestaat er sedert een groot tiental jaren een Verbond, geheeten het Algemeen Nederlandsch Verbond, dat afdeelingen en groepen telt in al deze streken om de belangen van den Nederlandschen stam in elk opzicht te bevorderen, op taalgebied, op het gebied van handel en nijverheid, van kunst en wetenschap, enz.

Het echte Calvinisme brengt mede om in een nationale zaak niet apart te gaan staan, vandaar dan ook, dat wij met belangstelling deze beweging, die wat haar eerste begin aanbelangt, reeds dagteekent van 1840 ongeveer, toen onder den naam van Vlaamsche beweging, gadeslaan.

Ja, dat niet alleen, maar wij doen zelf mee in deze beweging, hoe zou het anders kunnen.

Ook hier hebben we weer de taak, om mede de wacht bij het beginsel te betrekken, opdat deze beweging in goede banen worde geleid. Het Algemeen Nederlandsch Verbond telt onder zijn beschermheeren ook onze eerste mannen, als de ministers van Staat, Kuyper en Lohman, waarover we ons zeer verheugen. Dit Verbond telt vele afdeelingen in onderscheidene steden en plaatsen van ons land en heeft zijn Bondsbureau gevestigd te Dordrecht onder Voorzitterschap van Dr. H. Kievit de Jonge. Het Orgaan van dit Verbond is het Maandschrift „Neerlandia", dat geïllustreerd verschijnt en een zeer nuttig en aangenamen inhoud heeft.

Veelmeer dan tot dusver moeten onze menschen van rechts leden worden van dit Verbond, opdat wij den invloed, dien we in dit verbond hebben, versterken. *

Doen we dit niet, dan is het mee onze schuld, zoo we straks zouden moeten constateeren, dat dit Verbond niet genoeg rekening houdt met de wenschen van het Christelijk deel onzer bevolking.

Wij hebben in dezen ook een heerlijke roeping. In sommige steden heeft men ook een jongelieden-afdeeling van dit Verbond.

Sluiten