Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen scheiding, maar een zoogenaamde scheiding1). Geen neutraliteit, maar een Christendom boven geloofsverdeeldheid2). Geen bescherming tegen zijdelingschen dwang; maar een Regering die er niets van weet, of er niets tegen vermag 3).

En het antwoord van de Kamer? De Kamer zweeg.

Ik bragt het denkbeeld eener wetherziening ter spraak 4). De Kamer zweeg.

Ik maakte haar met de Vereeniging voor Christelijk-nationaal schoolonderwijs bekend 5). De Kamer zweeg 6).

Niet de geringste medewerking of aanmoediging viel mij te beurt.

Evenwel ook hierdoor is een niet onbelangrijk voordeel behaald. De oorzaak van onregt en onwil is tot meer klaarheid gebragt.

Nu is het gebleken dat er op eerlijke naleving van de wet weinig kans is. Voor wie het nog twijfelachtig keurde , heeft de zitting van 1862/1863 het proefondervindelijk bewijs geleverd van hetgeen welligt uit den aard der zaak kon worden voorzien.

In art. 194 der Grondwet ligt, zegt men, de wortel van het kwaad.

In eene zinsnede die in het oorspronkelijk ontwerp niet voorkwam.

In eene bepaling die de groote Protestantsche partij dreigend doordreef en waarmee ze, in den waan der voort-

') 1>. 30, 113, 143. 2) p. 142, vgg. 3) p. 14, 115—117. <») p. 133. 5) p. 130. 6) p. 146.

Sluiten