Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

duidelijker werd; omdat het Christendom boven geloofsverdeeldheid bijkans een officieel karakter verkrijgt; omdat de rekbaarheid dezer uitdrukking, in een aan het Evangelie vijandigen zin, door de zinsbepaling bijv. van de hoogleeraren Opzoomer ') en Goüdsmit 2), in het oog valt.

/

Ten anderen , de wenschelijkheid eener bijvoeging in art. 24 aldus: "kerkelijke bedieningen zijn met het openbaar onderwijzers-ambt onvereenigbaar." Waarom nu, meer dan tot dusver? omdat aan den openbaren onderwijzer het geven , namens den kerkeraad, van christelijk onderwijs in afzonderlijke uren, aan protestantsche kinderen, bij koninklijk besluit ontzegd is, en de Staat, zoo bevreesd voor kerkelijken invloed, minder belust moet zijn op kerkelijk geld 3).

Ten derde, de wenschelijkheid der vervanging van art. 33, zoodat de bedoeling om in den regel schoolgeld te heffen, duidelijk zij. Waarom ook dit, meer dan tot dusver? omdat de overneming derzelfde woorden, doch in tegenovergestelden zin, voor het middelbaar onderwijs, aan de verkeerde uitlegging krachtigen steun geeft 4).

Desniettemin is, inde tegenwoordige omstandigheden, de verwerping zelfs van een binnen de perken der meest onbetwistbare billijkheid afgebakend voorstel denkbaar; vooral ook om de houding der Tweede Kamer, toen daarvan melding gemaakt werd 5).

Maar , zegt men, de zekerheid der afwijzing is geen reden

1) Ter Nagedachtenis van Stahl, p. 105, vgg.

a) Open Brief aan Mr. van den Brugghf.n.

3) Berigten, p. 242. 4) p. 175. 5) p. 145.

Sluiten