Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van lieverlede is men op het neutraliseren van al wat buiten dit gemeen overleg ligt, bedacht.

Niets werd bijv. mij zoo ten kwade geduid als het verlangen dat op de regten en behoeften en op het oordeel van het nederlandsche Volk, ook buiten den lering door de Tcieswet afgebakend, zou worden gelet.

Doorgaans ziet men in de Tweede Kamer enkel de staatsregtelijke concentratie van het souvereine kiezersvolk, eenzelvig met de Natie, doch welks oppermagt met de inlevering van het stembiljet feitelijk ophoudt.

Aldus is het natuurlijk dat, ook in deze zitting, de houding die mij pligtmatig voorkwam, aan den Minister van Binnenlandsche Zaken afkeurenswaard scheen.

De Minister verweet aan de christelijk-historische rigting dat ze meer houdt van agitatie dan van stilte. Ik wees op Engeland en gaf verder ten antwoord: " Al de regten die de Grondwet verleent of erkent, zijn bestemd voor een agitatie , niet welke de hartstogten van het gepeupel aanblaast, maar die de gestadige gemeenschap van volk en vertegenwoordiging onderhoudt. Drukpers, petitieregt, regt van vereeniging, het regt van initiatief, ook het spreken in deze Kamer, is middel van agitatie. Ook ik heb ze alle gebruikt. Heb ik er misbruik van gemaakt?"

De Minister zeide: •' Ik heb een weerzin, een innigen weerzin, tegen een parlementair gladiatorschap." — Geen sterker weerzin dan ik; maar, indien op mij wierd gezinspeeld , en de Minister aan zoo vreesselijke tafereelen zijne vergelijkingen ontleent, dan zou ik bijkans durven bewee-

Sluiten