Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het eenige, volgens mij, de zedelijke invloed der volksvertegenwoordiging op de Regering en op het Volk het voorname waarop behoort te worden gelet. Eerst dan zal er ook wederkeerig een heilrijke werking van de Natie op de behartiging der volksbelangen ontstaan. " De Heeren moeten het weten," was, onder het voormalig aristokratisch beheer, een spreuk die door de Heeren niet ongaarne beaêmd werd. Ook door de Heeren van den huidigen dag. Tegen die zelfgenoegzaamheid der Heeren, ook der Heeren Staten-Generaal, kom ik op. Het constitutionele staatsregt gaat, bij den wensch naar openbaarheid, ook van de onderstelling uit: "de Volksvertegenwoordigers weten het somtijds niet. " Aan periodieke drukpers en aan volksinvloed wordt veel waarde gehecht, ook omdat zij, die over alles moeten oordeelen, en dus meestentijds niet kunnen weten al wat voor hen wetenswaard is, in onafgebroken betrekking tot het groote publiek moeten staan.

Uit de opvatting van den Minister volgt dat hij geen discussie dan in verband tot de Kamer en tot haar votum begeert. Dat hij bespreking van de beginselen eener wet (vroeger bijv. van de armwet, nu van de cultuurwet en de wet op het hooger onderwijs) '), eer ze in opzettelijke beraadslaging komt, bijkans als wanbedrijf aanziet. Dat hij om de discussie zelve bijna niets geeft, en aldus, van zijn gouvernementaal standpunt, met volkomen juistheid (ofschoon tot naauwelijks bedwongen verbazing van het feitelijk nog steeds redevoerend ligchaam) heeft kunnen zeggen : " zijn wij hier om diseussiën ') p 105. Vergelijk p. 129 vlg.

Sluiten