Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kundig gebied" ') , waarop ik ten antwoord gaf: "Uit dit vermoeden blijkt dat gij met het beginsel, evenmin van uw eigen zwakheid als van onze kracht, bekend zijt."

Buiten de Kamer was de kritiek even zonderling als menigvuldig. Kritiek van vijand en vriend.

Drie landgenooten van invloed hebben van de antirevolutionaire partij eene teekening gegeven die inderdaad mij nog bevreemdt, ofschoon sedert lang aan karikaturen gewend.

De een verhaalt dat de antirevolutionaire staatsleer "een Landsheer begeert, die de toestemming zijner onderdanen niet behoeft in maatregelen van het Rijksbewind" 2).

Een ander houdt het, nu althans, voor uitgemaakt, " dat het politieke standpunt der antirevolutionairen, hoe ook op nederlandsche wijze en naar nederlandsche behoeften gewijzigd, echter op duitschen bodem gewassen is en ten naauwste in verband staat met de eigenaardige opvatting der Luthersche kerk van de betrekking van Kerk en Staat" 3).

1) p. 60.

2) Bosscha, Kroon en Ministers, p. 104.

3) Chantepie de la Saussaye, De godsdienstige bewegingen van dezen tijd in haren oorsprong geschetst, p. 147. — Pruissisch antirevolutionair, beu ik tevens m^/sc^-methodistisch. "Een verschijnsel als de nederlandsche antirevolutionaire partij is aan Nederland eigenaardig. Ilier wordt het feit gezien dat het engelsche methodisine, beligchaamd als het is in het Evangelisch Verbond, dat als kerkontbindend bij de pruissische antirevolutionairen volstrekt geene sympathie vindt, juist onder antirevolutionaire vlag vaart." liet is mijn vriend ditmaal ontgaan dat, toen wij in 1861 te zamcn de Algemeene Vergadering der Alliance Evangélique te Genève hebben bijgewoond, ik niet geaarzeld heb, in deze gansch niet Stahlsgezinde bijeenkomst, aan Stahl hulde te brengen, terwijl ik tevens van de bezwaren der pruissische antir evolutionair en melding heb gemaakt, als allczins voor de Alliance behartigenswaard.

***

Sluiten