Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■■

Luthers bijbelvertaling, en van het Engelsch x). Wie bedenkt, dat de taal het eerste en algemeenste cultuurgoed van een volk is, de onontkoombare voorwaarde tevens, die verstaat meteen ook, van hoe vérstrekkende cultureele beteekenis de vertaalde Bijbel is, door vlijtige lezing en herlezing en bepeinzing van eeuwen tot geestelijk eigendom van het protestantsch opgevoede Europa geworden. Tallooze zegswijzen (soms tot onherkenbaar toe verhaspeld! b.v. ,,de inwendige mensch"), en geenszins alleen de tale Kanaans der ,,fijnen", gewagen er van: „naar den vleeze gaan", „vreemdelingschap op aarde", „ijdelheid der ijdelheden", „de vreeze Gods", het „penningske der weduwe" enzoovoorts, en zoo door, en zoo meer!

Bijbel-lezende zijn de volkeren van den nieu-

*) Het wil mij voorkomen, dat de romaansche talen (van immers overwegend katholieke volkeren) deze „biblicistische" tonen missen; terwijl het Fransch geijkt werd door den zoo volstrekt andersoortigen invloed der Académie Fran^aise. Een interessant thema van onderzoek!

Sluiten