Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 Tim. 4 : 9—einde.

9 Benaarstig u haastelijk tot mij te komen.

10 Want Demas heeft mij verlaten, hebbende de tegenwoordige wereld liefgekregen, en is naar Thessalonica gereisd, Crescens naar Galatië, Titus naar Dalmatië.

11 Lucas is alleen met mij. Neem Marcus mede en breng hem met u; want hij is mij zeer nut tot den dienst.

12 Maar Tychicus heb ik naar Efeze gezonden.

13 Breng den reismantel mede, dien ik te Troas bij Carpus gelaten heb, als gij komt, en de boeken, inzonderheid de perkamenten.

14 Alexander de kopersmid heeft mij veel kwaad betoond: de Heere vergelde hem naar zijne werken.

15 Van welken wacht gij u ook; want hij heeft onze woorden zeer tegengestaan.

16 In mijne eerste verantwoording is niemand bij mij geweest, maar zij hebben mij allen verlaten. Het worde hun niet toegerekend.

17 Maar de Heere heeft mij bijgestaan en heeft mij bekrachtigd, opdat men door mij ten volle zoude verzekerd zijn van de prediking, en alle heidenen haar zouden hooren; en ik ben uit den muil des leeuws verlost.

18 En de Heere zal mij verlossen van alle boos werk, en bewaren tot zijn hemelsch Koninkrijk. Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

19 Groet Prisca en Aquila en het huis van Onesiforus.

20 Erastus is te Corinthe gebleven, en Trófimus heb ik te Miléte krank gelaten.

Sluiten