Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekeeren, geen enkele redeneering van heeroom treft zijn hart.

Leontientje moet Isidoor weg zenden, want met een godloochenaar mag ze niet trouwen.

Als ze heel stil, en blank als een lelie, op haar sterfbed ligt, wil ze Isidoor, voor wien ze zooveel gebeden heeft, nog eens zien. En als hij dan bij haar bed geknield ligt, zegt ze met haar zachte stem: „Isidoor, men moet maar ééns diep gelooven, één keer, en men gelooft voor altijd, — zooals men maar ééns diep moet liefhebben en men heeft voor altijd lief".

En Isidoor, die al de redenen van den pastoor heeft weerstaan, hoort den klank van het geloof en ziet het licht van het geloof, en zijn rede is niet machtig genoeg meer om die overrompeling van geloof dat op hem aanstormt als een doorgebroken rivier, te weerstaan .— en hij gelooft. —■ —

Is het niet volkomen waar, wat Timmermans Leontientje laat zeggen: „men moet maar ééns diep gelooven, één keer, en men gelooft voor altijd .... zooals men maar ééns diep moet liefhebben en men heeft voor altijd lief!" . . . Dat we bidden om dien éénen keer van diep gelooven, dat we smeeken om dien éénen keer van liefhebben, wat een levensmogelijkheden openen zich dan voor een mensch!

Sluiten