Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik voel het zéér scherp aan als zijnde een afbeelding geboren in dezen onzen tijd.

Het is geen plaat die men vroom ophangt aan den wand.

Het is geen afbeelding, die men ergens als decoratie gebruiken kan, om te vullen een open plekje aan den muur.

Het is de afbeelding van een Christus, Die je aankijkt. Die je toespreekt. Die je wat te zeggen heeft.

Hoe langer men er naar kijkt des te dieper komt men onder den indruk. Het is alsof men neerzit onder de schare, die naar Hem luisterde, alsof men bij schikt in den kring der discipelen, alsof men mee hoort de woorden uit den gezegenden mond: „Zie, Ik heb u wat te zeggen!" — of: „Voorwaar! voorwaar! Ik zeg u". — —

Het is het gelaat van een Heiland, Die een mensch geheel opeischt, geheel tot zich trekt in toegewijde liefde.

„Een liefde, die Bach op zijn partituren deed schrijven: „Jezu iuva"; die Von Zinzendorf zijn geestdriftige liederen in de pen gaf; die Von Bodelschwing de ongelukkige ongeneeslijken deed opnemen en Sundar Singh onbevreesd in het vijandige Thibet doet rond trekken; een liefde

Het ongeschonden beeld

3

Sluiten