Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We slaan Lukas 4 op: ... In hevige woede ontstoken over Zijne woorden, dringen de inwoners van Nazareth op Hem aan. Ze willen Hem uit de stad dringen, tot dicht aan de stedte van een rots, en vandaar moet Hij naar beneden gestort. Vlak tot aan de plek, die aan den afgrond grenst, heeft Jezus Zich laten voortduwen, dan richt Hij zich op in Zijn volle lengte. Van top tot teen een Koning, zoo schrijdt Hij te midden der tierende menigte heen. Zijn verschijning moet wel vol van hoogheid geweest zijn. Paulus heeft zich eens in precies denzelfden toestand bevonden, doch zijn vijanden toen niet kunnen weerhouden, hem te steenigen.

Denken we ons ook in, hoe Jezus Christus in den voorhof van den tempel in onnavolgbare hoogheid een geesel van touwkens vlocht en de tafels der wisselaren omkeerde.

En in den laatsten nacht van Zijn leven weken de gerechtsdienaren voor de majesteit van Zijn verschijning terug, in den hof van Gethsemane. O maar — zegt ge — dat kwam door de uitdrukking Zijner oogen. Zeker!... over Zijn oogen spreekt de Schrift ons herhaalde malen.

Die oogen. Wie denkt zonder ontroering aan die oogen?

In de Galileesche Synagoge heeft Hij ze over

Sluiten