Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar de vreugde van den Zoon van God stamde voort uit Zijn vertrouwen in den Vader, Zijn verwachting van de toekomst. Zijn bewustheid, dat Hij Gods wil deed, en de wetenschap, dat Hij de menschheid mocht redden.

Men zou het nieuwe Testament een boek vol blijdschap kunnen noemen. Het begint met Engelenkoren en het eindigt met Hallelujazangen van Verlosten.

Bij het afscheid nemen zegt Christus: „Deze dingen spreek Ik tot u, opdat Mijne blijdschap in u zij!"

Zelfs toen Jezus ten Hemel voer, gingen zijn volgelingen heen en prezen God.

Nooit is er grooter leugen uitgesproken dan toen de dichter Swinburne zong: „O, Gij bleeke Galileër, gij hebt overwonnen, en Gij maaktet de wereld grauw en grijs met uw adem".

Jezus laat Zijn discipelen niet vasten, want er is te veel blijdschap voor hen: Als sommigen Hem bestraffen over Zijn welkom aan zondaren, vertelt Hij hun, dat er geen heerlijker werk is dan zondaren te redden.

Nooit laat Hij den nadruk vallen op het offer en de moeite en de zorg van het zoeken, maar altijd op het vinden.

Een mensch, die geen vreugde in zijn ziel had.

Sluiten