is toegevoegd aan uw favorieten.

De voleinding weerspiegeld in de wording

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-wreekt en beschermtfvoor de bloedwraak; dat knap ik zelf wel op en heel wat beter. Wat is zevenmaal! Zeventig maal zevenmaal doet Lamech het". Zoo spreekt Lamech in een opborreling van verwatenheid en Godslastering. W elk een schilderij en welk een sombere omlijsting, die de schrille kleuren ervan nog sterker doet uitkomen. Zijne familie heeft zich opgewerkt tot „standaard-menschen", tot „vaders' van kunst, handel en industrie. Jabal was een groot-veebezitter gewoiden en bereisde daarmee in tenten de wereld als groothandelaar. Jubal verbaasde de wereld door zijn vernuftige uitvindingen van allerlei muziekinstrumenten, die den menschen dienden om het verloren Paradijs te vergeten en de levensliederen der Lamechieten in de steden van Kaïn te begeleiden. Tubal-Kaïn had zijn vernuft gespitst op de zwaardsmederij en zorgde er voor, dat de gespierde arm van Lamech de daad bij het woord kon voegen, als hij zich beroemde op zijn kracht. Beschaving, ontwikkeling, kunsten, wetenschappen, handel en industrie, ze hebben zich allen in het land van Nod, aan de uiterste Oostkant van Eden

ontwikkeld, en toch temidden van dit cultuurleven staat

het moreele peil van den mensch zóó laag, dat men niet alleen moord en echtbreuk pleegt, maar er zich openlijk op beroemt. De protesten van Adam, Enos en allen die den Naam des Heeren aanriepen, ontlokten slechts spot en verachting. De waarschuwende stem van Henoch: „Ziet, de Heere komt" (Jud. 14,15) klinkt tevergeefs. Lamech en de zijnen hebben niets met God te maken, zij zullen zich zeiven wel vermaken en verlossen; zij doen hetgeen zij willen. En als er wat te verheerlijken is, doen zij het zichzelven. Al dat naïeve gedoe van een God, die men tot zijne bescherming zou noodig hebben, zooals Kaïn indertijd met het aan hem gestelde teeken, al die kleinzielige gehoorzaamheid in zake het huwelijk en de heiligheid van een menschenleven, het is allemaal uit den tijd. De vruchten van den boom der kennis inspireerden tot de leuze: „Leve Lamech den krachtmensch! weg met God. En wat het Paradijs betreft, wij zullen onszelven wel een Paradijs scheppen. Leve de handel,^de kunst, de industrie". Zoo was in flezen „zevenden van Adam' de ongerechtigheid gerijpt. Hij was de mensch der zonde uit .den oertijd, de wettelooze uit de dagen van Noach. De Schrift sluit hiermede,