is toegevoegd aan uw favorieten.

Rome's verbod tegenover Gods bevel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijzen, enz., laat dan ook ieder mensch de Schrift onderzoeken, om er door onderwezen te worden, dit doende gehoorzamen wij God en Zijn woord. Immers deze is de natuurlijke gevolgtrekking uit de aangehaalde plaats in volmaakte overeenstemming met die, door ons boven vermeld, waarin het positief gebod van t onderzoek der Schrift aan allen is gegeven : doch de Aartsbisschop besluit anders : « noch God , noch de Kerk , » zegt hij, «verplicht de gewone leden de H. Schriftuur te «lezen.» Wat God ten deze gewild heeft, hebben wij gezien; wat de Christelijke Kerk daarover dacht zullen wij nader onderzoeken. « Alhoewel tijdens de eerste eeu» wen van de Kerk , » zegt onze schrijver, » de geloovi» gen ze veel lazen onder het bestier hunner Herders, ,> nooit hebben zij gemeend dat zulks noodig was, om » zalig of om grondig inliet geloof onderrigt te worden. >■ Zonder ons hier met de wederlegging van het laatste bezig te houden , nemen wij acte van 't getuigenis des Aartsbisschops zelve , daar hij het feit erkent, dat de geloovigen in de eerste eeuwen der Kerke de Schrift veel lazen. Het gebod van God hebben wij aangehaald; de praktijk der Kerke in de eerste eeuwen geeft ons de

Schrijver zelve toe.

Zullen er nu ook getuigenissen door den Aartsbisschop uit de Kerkvaderen aangevoerd worden, om zijn wangevoelen te verdedigen? wij vinden er twee : een van Irenaeus en een van Augustinus. Voorwaar, de bewijzen zijn niet vele : maar zelfs die beide Kerkvaderen getuigen op deze plaatsenniet, wat de schrijver daarmede bedoelde te bewijzen. Irenaeus gaat uit van eene veronderstelling en zegt, «ware het dat de Apostelen de Schriftuur ons niet hadden achter gelaten , zouden wij toch den regel der