is toegevoegd aan uw favorieten.

De eenige troost in leven en sterven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langzamerhand verga, en ik voor Zijne schuur rijp gemaakt worde. Ontneemt mij alles, — van hetgeen God mij gunt, kunt gij mij toch geen' penning ontnemen. Ontneemt de wereld mij mijn kopergeld, dan is het mijns Vaders wil, mij van nu af zilver te geven; ontneemt de wereld mij al mijn zilver, dan is het mijns Vaders wil, mij van nu af goud in huis te brengen. Zoo is het met de zaak gelegen. Het wordt in de ervaring waar bevonden, en het geloof zegt: Hij bewaart mij ! Ik weet niet, wat mijn Vader wil, en welk voornemen Hij heeft. Wil Hij mij laten verbranden, goed, Hij is mijn Vader! Wil Hij mij door de leeuwen laten verslinden, ook goed, Hij is mijn Vader! Wil Hij, dat ik nederstort en dagelijks zevenmaal val, alles goed, Hij is mijn Vader! Wij zullen Hem dankzeggen, dat Hij met ons niet als met bastaards handelt, maar ons behoorlijk onder de tucht neemt en als Vader ons wel eens een' duchtigen slag geeft; anders zouden wij reddeloos in den afgrond neerploffen.

Derhalve, Jesus Christus, mijn trouwe Heiland, zegt de geloovige, bewaart mij. Hij heeft ook tot ons gezegd: „Mijne schapen hooren Mijne stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij. En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijne hand rukken". Daarop verlaat zich het kind, daarop verlaat zich de volwassene. Welaan, komt het dan anders uit, dan wij verwacht hebben; gaat het zoo, dat de vijanden kunnen zeggen: „Ha, ha, zoo hebben wij het gaarne!" —de roem Christi zal nog langer duren dan hun roemen. Wij zullen dan roemen, wanneer de duivel hen morgen of overmorgen bij den kraag pakt en in den afgrond rukt. God handelt en doet anders, dan wij ons voorgesteld hebben, ja, dan Zijn Woord schijnt uit te wijzen, en nochtans heb ik zeven bewijzen, ja zevenmaal zeven bewijzen, dat Zijn wil een Vaderlijke wil is. Nu, wat ik naar Zijnen wil verloren heb, dat heeft Hij in Zijn paleis daarboven ; daar zal ik het terugvinden. Het erfdeel blijft toch mijn ; het kan mij niet