is toegevoegd aan uw favorieten.

Wedergeboorte en doop in verband met den eersten en laatsten Adam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op aarde nooit over de wedergeboorte (des menschen) schijnt gesproken te hebben, dan alleen die enkele keer, toen het qold de ingebeelde wetenschap te beschamen van «een mensch uit de rarizeen », die het waagde tot Jezus te naderen met de waanwijze woorden op de lippen « wij weten » (122).

pm Ar"JSc^dei^US n°emt de Heer wedergeboorte UIT WATER tlN CjhbbT- Daarmee komt geheel overeen, wanneer Paulus aan Titus schrijft van « het BAD der wedergeboorte en der vermeuwing des HEILIGEN GEESTES (123). Petrus echter spreekt an het « reine hart dergenen die wedergeboren zijn niet uit veraar Ult onvergankelijk zaad, DOOR HET LEVEND iEN EEUWIG BLIJVENDE WOORD VAN GOD» (124)"

invdT 3anhef Van dienzelfden brief gezegd had

zLl ? un u L3n °nZen Heere Jezus Chr^s ons-naar Zijne groote barmhartigheid heeft wedergeboren tot een levend-

uff ^05ogede°np»s^,d'ng ,ezus chr,s™s

nP y/°AeneT?DWe dj "u alleS l? 2amen- d-an verkrijgen we dat GOD

dIn HeSgÊn^ST H DESJJZ°ONS "Panding, „i«

c nnlLltjtJN (jEEST, door middel van water en woord, n ten aanzien van het doel der wedergeboorte ontleenen we aan diezelfde Schnftplaatsen het volgende :

wij worden wedergeboren

tot een levende hoop (1 Petr. 1:3), opdat we zouden zijn

eerstelingen Zijner schepselen (Jac. I : 18),

, .n1a™.fll^k om rceds nu te zien en straks in te gaan in het koninkrijk, waartoe de geboorte uit water en geest onmisbare vereischte is (Joh. III : 3, 5).

Op de vraag : hoe wordt de wëdergeboorte gewrocht ? voeqt dus geen antwoord, dan een zoodanig, waarin al de trekken van dit Schriftbeeld,, geen enkel uitgezonderd, vereeniqd worden gevonden.

Dat de Heer uitdrukkelijk van water (en Paulus van het bad der wedergeboorte) spreekt, doet ons aanstonds denken aan den doop, als de eenige van den Heer uitdrukkelijk verordende inzetting, waarbij water wordt gebruikt. En de geheele kerkelijke oudheid zoowel als de Hervormers, (126) erkent dat Paulus van het bad der wedergeboorte en der vernieuwing des Heiligen Geestes sprekende, op den doop doelt.

(122) Joh. III : 1, 2.

(123) Tit. III : 5.

zie het Naschrift.

(124) 1 Petr. I : 23. Vergel. Jacob. I : 18

(125) 1 Petr. 1:3.

(126) Zie Calvini comm. in Epist. ad Titum ; — Institut. lib. IV : cap XV • 2, 5. cap. XVI : 20 cap. XVII : 22. V '