is toegevoegd aan uw favorieten.

Wedergeboorte en doop in verband met den eersten en laatsten Adam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vleesches » (137). De volle openbaring echter zal eerst zijn in den dag Zijner wederkomst in heerlijkheid, als we Hem zullen zien, niet gelijk Hij was in de dagen Zijner ontlediging (kenoosis) (138), maar gelijk Hij is (139) ; als we zullen zien niet meer door een spiegel in een duistere rede, maar van aangezicht tot aangezicht ; als we zullen kennen niet meer ten deele, maar gelijk ook wij gekend zijn (140).

Om die hoogste en volle openbaring te kunnen dragen, moeten we worden voorbereid door de reinigende en verlichtende inwerkingen des Heiligen Geestes. Daartoe behoort meê het wassen in de kennis Gods, door het geestelijk verstaan der namen, waarin ons telkens nieuwe blikken in Gods werk worden gegund, ons (als we het zoo mogen noemen) nieuwe zijden van Zijn wezen worden getoond. Zoo was dit laatste woord des Heeren op aarde de eerste onthulling dier diepe verborgenheid, waarop wel in het oude verbond in velérlei woorden en typen was gewezen, maar die eerst nu werd geopenbaard. De éénheid van den God Israëls, den Eénigen, is niet een éénheid in den zin van ons menschelijk tellen, maar ze is een éénheid in verscheidenheid : één Naam, dat is één Wezen, ofschoon drie Personen, onderscheiden doch nooit te scheiden. Éénheid van natuur, éénheid van wezen, éénheid van wil, éénheid van doel, verscheidenheid van werkkring, ofschoon steeds samenwerkende.

Aangaande den drievoudigen zegen der priesters onder het oude verbond spreekt Jehovah tot Mozes : «alzoo zullen zij Mijnen Naam op de kinderen Israëls leggen » (141), en hoeveel in die diepzinnige woorden vervat is, kunnen we eenigszins bevroeden als Salomo, wiens gelijke in Goddelijke wijsheid onder de menschenkinderen ifiiet bestaan heeft, ons leert dat die « Naam is een olie, die uitgestort wordt », ja dat « de Naam des Heeren een sterke toren is» (142). De oude bedeeling had «geen ding volmaakt maar de aanleiding van een betere hoop, » die aan ons vervuld wordt. Indien de « bediening der verdoemenis heerlijkheid geweest is, veel meer is de bediening der rechtvaardigheid overvloedig in heerlijkheid (143). Op de kinderen des ouden verbonds werd de Naam van Jehovah gelegd ; wij kinderen van het nieuwe, het « betere verbond, » worden in den Naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes gedoopt.

Er zijn in, het oorspronkelijke twee zeer onderscheiden uitdrukkingen, die onze Bijbelvertaling gelijkelijk met de woorden

(137) Fil. II : 7. Rom. VIII : 3.

(138) Fil. II : 7.

(139) 1 Joh. III : 2.

(140) 1 Cor. XIII : 12.

(141) Num. VI : 27.

(142) Hoogl. I : 3. Spreuk. XVIII : 10.

(143) Hebr. VII : 19. 2 Cor. III : 9.