is toegevoegd aan uw favorieten.

De kinderdoop, beschouwd met betrekking tot de kerk, de praedestinatie en de wedergeboorte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo kan er ook geen wezenlijke Kinderdoop plaats hebben, bij welke de Goddelijke wil, als wakende genade, als beschermende Voorzienigheid, de onontbeerlijke voorwaarde is van de beslissende toekomst, welke het kinderlijke leven te gemoet gaat. Van eene moeijelijke of beslissende toekomstkan, van dit standpunt uit, niet eens gesproken worden. Hier worft toch hoegenaamd geene andere beslissing aangenomen, dan de eeuwige scheiding der uitverkorenen en der verdoemden en ieder menschelijk individu is reeds geoordeeld op het oogenblik zelf van zijne natuurlijke schepping. Daar derhalve met den Doop niets begint, moet het voor onverschillig worden gehouden, in welk tijdstip hij toegediend wordt en of hij aan den niet-wedergeborenen of aan den wedergeborenen bediend wordt, want elk oogenblik in den tijd is op zich zelve onverschillig en verdwijnt bij hetgeen louter eeuwig is. Om nu de heilige teekenen van den Doop niet te ontwijden door mededeeling van dezelve aan verworpenen schijnt het 't best den Doop uit te stellen tot dat de kenteekenen van het eeuwige leven aan de uitverkorenen zigtbaar worden. Zoo blijkt het, dat deze Praedestinatie-leer in haar innerlijkste wezen Baptistisch is en, uit hoofde van de particuliere verkiezing, wordt dit Baptisme particulier-Baptisme genoemd. Buiten twijfel moet men erkennen, dat Calvin zelf niet tot de geheele baptistische consequentie van zijne Praedestinatie-leer is voortgegaan. De gioote, Christelijke en kerkelijke, zin, dien wij in zoo vele opzigtcn in hem bewonderen, bewaarde hem ook voor de geheele praktische dwaling, die uit zijn stelsel volgt en door eene lofwaardige en Christelijke inconsequentie behield hij den Kinderdoop en verdedigde dien tegen de dweepers. Toen evenwel de secte der Particulier-Baptisten uit de gemeente van Calvin te voorschijn kwam, was dit op zich zelve in volmaakte overeenstemming met zijne Praedestinatie-leer. Deze Praedestinatieleer als ook de daarmede zamenhangende Baptistische denkwijze vinden wij overigens terug in het natuui-filosofische Manicheïsme, dat ook in onze dagen, nu en dan , 4 van zich laat hooren en door hetwelk het menschelijke geslacht verdeeld wordt in stoffelijke en in geestelijke wezens, van welke de