is toegevoegd aan uw favorieten.

De kinderdoop

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ttiulier om kinderen te doopen, ook nog een ander opgesteld om, zooals zij het noemen, bejaarden te doopen. Hierin hebben zij zeer juist gehandeld, want het zijn twee verschillende doopen, en de kinderdoop past niet voor geloovigen ; noch ook de doop der geloovigen voor kinderen! — JVlaar Paulus zeut dat er maar één doop is: „Eén Heer, een geloof, eén doop." (tëf. + : 5). Dus één van beide is niet echt! Kiest u een van beide! Gij hebt gekozen? Helaas! het is maar al te waar! Deze apokriefe (loop heeft den door Christus ingeslelden bijna geheel en al bij u verdrongen! Gij hebt Zijn gebod krachteloos gemaakt door uwe instelling!

Dat de kinderdoop nergens in Gods woord bevolen is, is openbaar; er is bij de instelling van den doop, noch op eene andere plaats een schijn of schaduw van een bevel te vinden, om kinderen te doopen; en dat feit alleen is een afdoend antwoord op de vraag: van waar is die? Want is het geen gebod van God, dan is het een gebod van menschen !

„Maai, zegt wellicht iemand, „wij doen toch ook andere dingen, waarvoor wij geen uitdrukkelijk bevel hebben, b.v. wij laten0 de vrouwen toe tot het avondmaal, dat ook nergens geboden is."

Antwoord: Ken bevel hiervoor zou overbodig zijn, en God geeft geene onnoodige bevelen. Geloovige en gedoopte vrouwen hebben deel aan het avondmaal, als leden der gemeente. I'aulus ze«t tot de gemeente van Galatië (3 : 26—ï9): „Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus. Want zoo velen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan. Daarin is noch Jood noch Griek ; daarin is noch dienstbare noch vrije ; daarin is geen man en vrouw; ,want gij zijt allen één in Christus Jezus." In het Avondmaal nu wordt deze eenheid verwezenlijkt: „Want één brood is het, zoo zijn wij velen een lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn." (1 Cor. 10:17). Let wel op'deze laatste woorden: dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn. Alle leden der gemeente namen deel aan het avondmaal; alzoo niet slechts de vrouwen, maar, indien (gelijk de kinderdoopers beweren) jonge kinderen ook leden van deze gemeente waren *), namen ook zij deel aan hetzelve; en onze broeders handelen niet consequent in de onthouding van het avondmaal aan een groot aantal van de leden hunner gemeenten. Hierdoor wordt immers de eenheid des lichaams miskend, en een aanstootelijk verschil gemaakt tusschen de leden. Ook wordt hierdoor een onderscheid verondersteld tusschen doop en avondmaal, dat niet op de fechrift gegrond is; zij staan op gelijken voet, en zijn voor dezelfde personen bestemd. Komt den kinderen dus de doon toe

*) Dat dit niet het geval was, blijkt uit de verklaring des Apostels: „Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus."