is toegevoegd aan uw favorieten.

De kinderdoop

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar hier komt een Doctor in de Godgeleerdheid, en zegt: „Stellen wij eens, dat de Heere de besnijdenis bevolen had, in plaats van den doop, en dat het bevel aldus luidde: Gaat heen in de geheele wereld, maakt discipelen van alle volken, hen besnijdende in den naam des Vaders, enz. Die gelooid zal hebben, en besneden zal zijn, zal zalig worden — dan zouden wij toch zeker geweest zijn dat zuigelingen besneden moesten worden, omdat dit vroeger het gebruik was onder de Joden."

Ik antwoord: geenszins! Gij zoudt ook dan des Heeren bevel overtreden door jonge kinderen te besnijden. Hoe kon een bevel om geloovigen te besnijden pasgeboren zuigelingen omvatten? Het is iuimers onmogelijk! Het doet niets ter zake wat het vroegere gebruik was. Had de Heere Zijne Apostelen bevolen om geloovigen te besnijden, dan moesten zij, om dit bevel te gehoorzamen, geloovigen besnijden, en geen zuigelingen. Dit is dunkt mij, zoo eenvoudig als dat twee maal twee vier is !

En nu ten laatste beweert men, dat dit bevel des Heeren alleen voor de eerste tijden bestemd was, en slechts daar van toepassing is, waar het Evangelie voor het eerst verkondigd wordt; maar dat nu de tijden en omstandigheden veranderd zijn en dit eene verandering in onze handelwijs noodzakelijk maakt. — ls het mogelijk, dat "Jezus Christus, die gisteren en heden en in alle eeuwigheid dezelfde is," do.ir tijd en omstandigheden terecht gewezen moet worden ? Ontziet men zich niet om onzen grooten (iod en Zaligmaker oneer aan te doen, ten einde zichzelven in de overtreding van Zijne bevelen te rechtvaardigen? Heeft Hij niet geboden : Leert hen ondeyhouden alles loat Ik u bevolen heb? En heeft Hij niet hieraan de belofte verbonden : En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot aan de voleinding der wereld?

Duidt het niet ten kwade, waarde lezers, en beschuldigt mij niet van liefdeloosheid, alsof ik uw vijand geworden ware, u de waarheid zeggende. Het zicaard des üeestes is scherp, en "de wapenen van onzen krijg zijn niet vleeschelijk, maar krachtig door God, tot nederwerping der sterkten (die de menschen gebouwd hebben,) dewijl wij de oveileggingeu ter uederwerpen, en alle hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God, en alle gedachte gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van Christus; en gereed hebben hetgeen dieut om alle ongehoorzaamheid te wreken," (2 Cor. 1U : 4—6). Verzet u niet langer tegen Zijn woord 1 Op de vraag: Wie moeten gedoopt worden? past geen ander antwoord, dan: die de Heere bevolen heej t te doopen! Geen redeneeringen! geen tegenspraak! "Wat noemt gij mij Heere, Heere, en doet niet hetgeen ik u gebiede?" Zijn bevel aangaande den doop is niet dubbelzinnig, of onduidelijk, en daarom