is toegevoegd aan uw favorieten.

Van de evangeliebediening en van de roeping er toe

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de waarheid Gods, niet allereerst noodig is, dat hij ook reeds te voren den Zaligmaker kenne en lief hebbe ?... Ik ben bly, dat gijzelf hierop nadruk legt. Ik behoef er dan niet lang by stil te staan. Zeker, bij hem is de liefde tot Christus niet slechts het voornaamste, maar het onmisbare (Joh. 21: 15 v.).

Ja, alleen den discipel komt eenig ambt toe, en wie in gemoede overtuiging van roeping begeert, vrage hot zich af of de liefde tot Christus, neen nog liever: of de liefde van Christus hem dringt tot de bediening des Evangelies. De liefde van Christus, en dit opgevat als de liefde, die Christus tot hem heeft, en niet als de liefde, die hij tot Christus heeft. Een genitivus subjectivus worde ook hier niet behandeld als een genitivus objectivus (2 Cor. 5:14). Want ofschoon onze liefde jegens Hem in zijn liefde jegens ons bron en oorsprong heeft, wat ons voornamelyk tot ons werk zal aansporen, 't zal zijn de liefde, door ons geloofd en bekend, waarmede Hij zich voor ons heeft overgegeven. Deze liefde zal toch altijd weer de bezieling en de drijfkracht van de onze worden....

Maar juist omdat deze zaak zoo intiem is, zeg ik er weinig van, en laat ik veel aan uw nadenken over. Als het gezegde maar onthouden worde met het volgende er bij. Voorzichtig, dat er geen valaehe toeëigening zij! Of dat gij in grooter zoudt roemen dan gy nog kent! Of dat gy ook maar eenigszins om — menschen — in 't gevlij te komen, zoudt heenwerken over conscientie en overtuiging! En verder — ook de dag der kleine