is toegevoegd aan uw favorieten.

Een woord van antwoord op vele brieven, betreffende mijne afscheiding van de Christelijke Afgescheidene gemeente, de weigering van den eed voor de regtbank, enz.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus vooraf gegaan is schrijft gij niet van, wel ligt er in opgesloten: dat ik medelijden waardig ben, dat ik niet meer bid, dat ik meen te zien en blind ben, dat ik op eene hoogte van verwaandheid zit, dat ik de eenigste althans de voornaamste Christen in Alkmaar zou zijn, dat ik Philpots leer niet betracht, intusschen zult gij voor mij bidden en hoopt dat de Heere het tot een gebed des geloofs zal maken, dan zeker zou ik gered worden! Ach! ach! welk een mengelmoes, naauwlijks weet ik er mij uit te redden, om u een eenigzins gepast antwoord daarop te geven, tevens een woord waarin ik niet mij zeiven zoek maar met lijdzaamheid draag, de beschuldigingen zoo maar in alle schijn van liefde en bedaardheid met volle hand over mij uitgestrooid; hier vrees ik voor bitterheid en bepaal mij dus alleen met u te antwoorden: niet die zich zeiven prijst, maar dien de Heere prijst, die is beproefd; het is mij niets van een mensch onverhoord veroordeeld te worden, die mij oordeelt is de Heere, wat is toch een menschelijk oordeel! ach, hoe nietig wordt het eerst dan, wanneer de Oordeeler der gedachten en der geheimste overleggingen des harten, ons komt stellen in het licht zijns aangezichts, hoe wordt dan alle onze sierlijkheid aan ons, veranderd in enkel verderving, zoodat wij geen kracht behouden (Dan. X: 8) en hoezeer vermogen wij dan te dragen, elke beschuldiging en verdenking omdat de cohscientie, op alles niets anders kan antwoorden dan: ja, ik ben de man, en wordt het ons geschonken om door het geloof in Christus te zijn en te wandelen, dan roemt de ziel: wie is het die verdoemt, Christus is het die gestorven is, Die ook opgewekt is, Die ook ter regterhand Gods zit, Die ook voor ons bidt en met die geloofsroem in het hart roept de ziel: welkom zalige eerekroón!