is toegevoegd aan uw favorieten.

Een woord van antwoord op vele brieven, betreffende mijne afscheiding van de Christelijke Afgescheidene gemeente, de weigering van den eed voor de regtbank, enz.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

namelijk over het werk verbond en het yerbond der verlossing van Bunjan gelezen in zijn werk: »wet en genade," maar nimmer had ik zoo klare voorstelling gevonden van de regtvaardigmaking in de conscientie voor God; ook had ik in vorige tijden veel gesproken en hooren spreken over het leerstuk der regtvaardigmaking, maar hoe de regtvaardigmaking in de ziel des zondaars wordt uitgewerkt, dat was mij verborgen en ik had vroeger ook weinig lust om naar de gesprekken daarover, van een deel mistieke dweepachtige vromen naar mijn toenmalig oordeel, met naauwgezetheid te luisteren; schoon ik ook niet weet de zoodanigen veel ontmoette hebben en waar ik ze ontmoetïè, moet ik ze thans verwijten, dat ze mij ontzien en niet getrouw behandeld hebben, en toch gevoelde ik telkens wanneer ik de zoodanige aantrof mijne minderheid en had inderdaad achting voor hen; eene yrouw uit Bolsward eene geoefende Christin (ik moet het tot hare eer zeggen), heeft mij eenmaal de waarheid gezegd; toen ik haar mijne zoogenaamde bekeering mededeelde, mijne blijdschap in God, welke eenmaal groot was onder het lezen van de le Catechismus-Zondag van van der Kemp, merkte zij aan: >gij zijt verblijd geweest over een schat die uw eigendom niet is, even als iemand zich verheugt over en geniet bij het zien van een kunststuk, maar hij mag het zelfs niet aanraken. Ach! ik bedrogene, ik ging nog meer dan 12 jaren op mijne gewaande bekeering daar henen. Doch ik verhaal geene bekeeringsgeschiedenis, ik dwaal te ver af. Na het lezen van dat werk, moest ik nader kennis maken met den schrijver, ik moest liem schrijven, hooren, spreken, het kostte wat het kostte; dat het veel gekost heeft daar treed ik niet in, want een man zoo algemeen gehaat en veracht te gaan hooren, goed van